Vaderlandse geschiedenis
Populair in Vaderlandse geschiedenis
De dertig gloriejaren na de Tweede Wereldoorlog, die manische periode van wederopbouw en economische boom, zijn bepalend geweest voor het België van vandaag. Het hele land ging op de schop. Nieuwe jobs, gewoontes en ideeën vervingen de oude. Aan het einde van die triomfantelijke decennia waren de Belgen rijker, vrijer en beter opgeleid dan ooit tevoren. Dit was ook de tijd van de gastarbeid. Honderdduizenden mensen, afkomstig uit de gordel van landen rond de Middellandse Zee, trokken naar ons land om het nieuwe België mee gestalte te geven. De impact die ze daarmee gehad hebben op economisch, demografisch, cultureel en politiek gebied, is immens. In dit eerste deel van zijn grote geschiedenis van België als migratieland vertelt Tom Naegels het verhaal van die volksverhuizing in al zijn aspecten. Het start bij de bevrijding in 1944 en eindigt bij de verkiezing in 1978 van de eerste volksvertegenwoordiger van de nieuwe partij het Vlaams Blok. De Europese eenmaking, de Koude Oorlog, de dekolonisaties en de machtsstrijd in het Midden-Oosten zijn de geopolitieke achtergrond waartegen dit relaas zich afspeelt. Het perspectief van de Belgische elite wisselt af met dat van de Italiaanse, Marokkaanse en Turkse. Maar het verhaal heeft ook oog voor de spanningen in de Vlaams-nationalistische beweging, voor de Waalse angst om politiek en economisch gemarginaliseerd te raken, voor de moeilijkheden waarvoor de scholen zich geplaatst zagen en voor het diplomatieke getouwtrek rond de stichting van de Grote Moskee. En het plaatst de ervaringen van de nieuwkomers naast die van de autochtone Belgen. Zo schetst dit boek een rijk en veelzijdig beeld van 'België in de wereld', dat de context en inzichten biedt om het land vandaag te begrijpen.
Arnout van Cruyingen beschrijft in ‘1672’ hoe Nederlandse kooplieden grote rijkdom vergaarden door internationale handel, onder meer via de VOC. De zeventiende eeuw is daardoor lang gezien als een Gouden Eeuw. In 1672 leek er voorgoed een einde te worden gemaakt aan de macht en welvaart van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dat jaar vielen vier vijanden, waaronder Engeland en Frankrijk, het land binnen en woekerde de interne strijd tussen de staatsgezinden en prinsgezinden voort. Volgens een populair gezegde was ‘het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos’. 350 jaar later schetst Arnout van Cruyningen een levendig beeld van de belangrijkste gebeurtenissen en personen in het rampjaar 1672.
Robert Fruin, Marja Linden-Taal
Het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog
Robert Fruin schreef ‘Het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog’ in 1859, en het is nog steeds een van de beste publicaties die ooit over het conflict werden geschreven. Dit betoog over wat er voorafging aan de Oorlog – de Reformatie en de Beeldenstorm – is ook nu nog noodzakelijk leesvoer om het tragische en indrukwekkende vervolg te kunnen begrijpen. Een klassieker uit de Nederlandse geschiedschrijving. Robert Fruin werd in 1860 benoemd tot de allereerste hoogleraar vaderlandse geschiedenis in Leiden. Hij was de eerste die geschiedenis niet op een verhalende, maar op een wetenschappelijke manier benaderde. In ‘Het voorspel’, dat oorspronkelijk verscheen als boekbespreking in het tijdschrift ‘De Gids’, maakt hij gebruik van zijn indrukwekkende feitenkennis en oog voor details van historische gebeurtenissen.
Dick Straaten (red.), Rien Claassen, Frans Groot, Arno Raven, Arie Wilschut
Historisch denken
Het vak geschiedenis bestudeert een werkelijkheid die niet meer bestaat. Wie beelden van die werkelijkheid ontwerpt, houdt rekening met de verschillen tussen heden en verleden en doet recht aan hetgeen mensen vroeger normaal en waardevol vonden. Uit dit ‘historisch besef’ vloeien denk- en redeneerwijzen voort die in Historisch Denken, basisboek voor de vakdocent op overzichtelijke en heldere wijze worden besproken. Omdat deze denk- en redeneerwijzen in het voortgezet onderwijs deel uitmaken van het examenprogramma geschiedenis, is Historisch Denken, basisboek voor de vakdocent een onmisbaar studieboek en naslagwerk voor de (aankomende) geschiedenisleraar. Het boek bevat: • Veel voorbeelden die de theorie begrijpelijk en gemakkelijk overdraagbaar maken. • Studievragen die de lezer attenderen op de hoofdpunten van de tekst. • Teksten en opdrachten die een zinvolle toepassing van de theorie mogelijk maken. • Een rijke hoeveelheid illustraties. Historisch Denken, basisboek voor de vakdocent is vernieuwd. In overeenstemming met de herziene Kennisbasis Geschiedenis voor de tweedegraads lerarenopleidingen is er meer aandacht voor de buiten-Europese en jongste geschiedenis. De literatuurlijst en voorbeelden zijn geactualiseerd en de opdrachten zijn waar nodig aangepast en aangevuld. De nieuwe vormgeving maakt het boek nog gebruiksvriendelijker. De auteurs zijn historici en als docent verbonden aan de lerarenopleiding geschiedenis van de Hogeschool van Amsterdam, de Hogeschool Inholland en de Hogeschool Utrecht. Als lerarenopleiders misten ze een toegankelijk en oriënterend overzicht van historische denk- en redeneervaardigheden voor geschiedenisleraren. Met ‘Historisch denken’ willen ze in deze leemte voorzien.
John Jansen van Galen
Fiasco van goede bedoelingen
Stond Nederland in Indonesië ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’, zoals minister Ben Bot in 2005 verklaarde? Zeventig jaar geleden, op 27 december 1949, draagt een jonge koningin Juliana in het Paleis op de Dam de soevereiniteit over Nederlands-Indië aan Indonesië over. Viereneenhalf jaar eerder, op 17 augustus 1945, hebben in een voortuin te Djakarta Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid van hun land uitgeroepen. De algemeen aanvaarde mythe wil dat Nederland zich in de tussenliggende jaren krampachtig aan zijn Aziatische kolonie heeft vastgeklampt en deze met zelfs militaire middelen, inclusief oorlogsmisdaden, probeerde te behouden. In werkelijkheid voert Nederland vanaf de rede van koningin Wilhelmina op 7 december 1942 een beleid van geleidelijke dekolonisatie, waarvan het doel is dat een Indonesië als een federale staat op voet van gelijkheid in een Unie met Nederland verbonden blijft. In november 1946 hebben Nederlanders en Indonesiërs daarover In het bergoord Linggadjati overeenstemming bereikt. Waarom ging het dan toch zo gruwelijk mis, met 5000 dodelijke slachtoffers aan Nederlandse zijde en minstens 100.000 Indonesische doden als gevolg? Waarom kwam er niets terecht van een Indonesische federatie en bleef die Nederlands-Indonesische Unie een wassen neus? Waardoor was in de jaren vijftig de relatie tussen de voormalige kolonie en het voormalige moederland zo grondig bedorven? Wat had Nederland anders moeten doen?
Piet Bakker, A. Joustra, E. Doeve, Ph.J. Winkel, H.E. Janssens
Scheepspraet
Scheepspraet Piet BakkerScheepspraet: een heruitgave van een reisgids uit 1947 bestemd voor militairen die naar Nederlands-Indië trokkenAlle militairen die voor de politionele acties (1947-1949) naar Nederlands-Indië trokken, kregen van de Legervoorlichtingsdienst een boekje om zich voor te bereiden op de lange reis per schip naar de kolonie en op het zware verblijf in de tropen.De gids uit 1947 is geschreven door EW-redacteur Piet Bakker (auteur van onder meer Ciske de Rat) en prachtig geïllustreerd door EW-tekenaar Eppo Doeve. De titel luidt: Scheepspraet, zijnde een reisbeschrijving met tal van wetenswaardigheden en nuttige wenken ten profijte van de Nederlandsche militairen die naar Indië scheep gaan.Voor de militairen die destijds naar Nederlands-Indië zijn gereisd, zal deze heruitgave veel herinneringen oproepen. Hun kinderen en kleinkinderen kunnen aan de hand van deze gids beleven hoe het zestig jaar geleden moet zijn geweest om als militair per schip uitgezonden te worden.Deze gebonden heruitgave met stofomslag is een facsimile van het oorspronkelijke boek uit 1947. Het boek telt ongeveer 75 paginas (formaat circa 12 x 16 centimeter).
Jouke Turpijn, John Jansen van Galen
Wij en het Ik-tijdperk
Een meeslepende en actuele cultuurgeschiedenis over Nederland vanaf 1980 tot aan onze coronatijd.Op de drempel van 1980 verscheen Het Ik-tijdperk als kerstspecial van het roemruchte tijdschrift Haagse Post. De tekst sloeg in als een bom. Auteur John Jansen van Galen beschreef hoe Nederland in deze jaren 'een welvarend villadorp' was geworden, waar de inwoners vooral met zichzelf en niet met de samenleving bezig waren. Iedereen - lezers, politici, kunstenaars, reclamemakers, geestelijken, wetenschappers, journalisten - herkende wel iets in het beeld dat Jansen van Galen schetste. En zo werd het Ik-tijdperk een gevleugeld begrip voor een samenleving die de weg kwijt was.Het Ik-Tijdperk zag het levenslicht in een verwarrende tijd. De droom dat de welvaartsgroei van de naoorlogse wederopbouw eeuwig zou duren, spatte in de tweede helft van de jaren zeventig uiteen. De werkloosheid liep op, de economie stortte in, een nieuwe internationale wapenwedloop was in de maak, de grote steden waren vervallen, grote groepen Nederlanders wendden zich teleurgesteld af van de maatschappij, en de politiek had geen idee hoe dat alles op te lossen.En nu, meer dan veertig jaar later, is de verwarring minstens zo groot: de coronapandemie, de klimaatapocalyps, de oorlog in Oekraïne, de polarisering en de wankele participatiesamenleving. Opnieuw staan de samenhang van onze samenleving en de plaats van het individu erin ter discussie. Tegen de achtergrond van deze historische ontwikkelingen nemen Jouke Turpijn en John Jansen van Galen met Wij en het Ik-tijdperk het gevleugelde begrip de maat. Ging het Ik-tijdperk eigenlijk wel ooit voorbij? Wie zijn en waren wij in het Ik-tijdperk? En wat is er uiteindelijk van overgebleven?
Er gaat haast geen week voorbij zonder ophef over een spotprent. Dat is niet alleen nu zo. Al zolang de drukkunst bestaat geven tekenaars satirisch commentaar op gebeurtenissen en personen. En al zolang zij dat doen oogsten zij daarmee zowel lof en bewondering als weerzin en zelfs haat. Historicus Henk Slechte verdiept zich al zijn hele leven in de spotprent. In deze rijk geïllustreerde uitgave leidt hij de lezer aan de hand van zo’n 100 spotprenten door de Nederlandse geschiedenis, van 1570 tot nu. Kijkend door de ogen van tijdgenoten verkent Slechte daarbij stijlen en beeldtalen, taboes en controverses – en vragen van goede en slechte smaak. Vierenhalve eeuw publieke opinie in tekeningen, dit is het spotbeeld van onze geschiedenis. 'De honderd prenten die Slechte heeft uitgekozen ("de satirische eredivisie") geven een mooi "spotbeeld van de Nederlandse geschiedenis", zoals hij het noemt. Met de term 'spotbeeld' wil hij aangeven dat satirici zich in die ruim 450 jaar soms over andere actuele zaken opwonden dan wij nu van historisch belang vinden. Doordat Slechte de gekozen prenten steeds met een korte historische uitleg bespreekt, is dat geen probleem, maar een verrijking.' – 4 sterren in NRC 'Door de vele afbeeldingen een levendig boek, met soms opmerkelijke vondsten.' – Historisch Nieuwsblad '... een mooie publicatie die de geschiedenis letterlijk in beeld brengt en laat zien dat de kracht van satire van alle tijden is.' – Tjeerd Royaards, Villamedia 'Henk Slechte toont zich een kenner van zowel de beeldtaal als de historische gebeurtenissen die ten grondslag liggen aan de spotprent. Het boek zit ook vol verrassingen en ontdekkingen, en is daarmee een heerlijk boek, zowel voor wie al een beetje thuis is in het genre als wie er nieuw instapt.' – Daniel R. Horst in Lage Landen '"Laat me niet lachen!" is met onmiskenbaar plezier geschreven door een auteur die van wanten weet. Slechte neemt de lezer bij de hand en voert hem/haar op levendige wijze door zijn prentengalerij. De beproefde formule van het praatje bij het plaatje is vakkundig uitgevoerd en werkt uitstekend, leringen vermaak gaan hand in hand en elke lezer steekt wel wat op van dit boek.' – Sytze van der Veen in De boekenwereld
De Sikorsky S-51 heeft als eerste helikopter in het naoorlogse Nederlandse burger-luchtvaartregister een uitzonderlijke levensloop gehad. Oorspronkelijk aangekocht ter bestudering van de technische- en bedrijfseconomische aspecten, die het toen nog onbekende en in de kinderschoenen staande vliegen met hefschroefvliegtuigen voor zowel de civiele als de militaire luchtvaart met zich meebracht. Deze PH-HAA en latere "Jezebel" hebben zich op een warme publieke belangstelling mogen verheugen. Dit was een logisch gevolg van een reeks van landelijke demonstraties en experimenten die met deze helikopter werden uitgevoerd. Tijdens het tweede leven als marine hefschroef-vliegtuig (helikopter) oogstte het toestel grote bekendheid tijdens de februari-ramp in Zeeland. Dankzij het operationeel gebruik van dit hefschroefvliegtuig kon in Nederland de basis voor zowel de civiele als de militaire helikoptervliegerij worden opgelegd. De geschiedenis van deze belangwekkende wentelwiek werd voor het eerst in twee afleveringen van het maandblad "Luchtvaart" gepubliceerd. Beide artikelen, maar nu voorzien van meer achtergrondinformatie en bovendien aangevuld met een beschrijving van het ontstaan van de S-51, vormen de inhoud van dit mooie boek.
Wanneer kwamen de Romeinen naar ons land? Waarmee begon de Nederlandse Opstand? Waarom was Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal? Wie was Willem Drees? Wat is ontzuiling? Dit zijn geschiedenisvragen die pabostudenten moeten kunnen beantwoorden. Om aan een pabo te mogen studeren dient elke student over voldoende beginkennis te bezitten. Daarom wordt de landelijke toelatingstoets geschiedenis afgenomen. De praktijk wijst uit dat trainen in het maken van de toets de kans op slagen aanzienlijk vergroot. Dit boek bevat een uitgebreide hoeveelheid oefen- en proeftoetsen om je gedegen voor te bereiden op de toelatingstoets. De pabotoets geschiedenis haal je zo onderscheidt zich van andere aangeboden leermiddelen door direct in te zetten op het oefenen met de grote hoeveelheid vereiste leerinhouden. Dit boek bevat ruim 400 oefenopgaven. Het eerste deel behandelt de 10 tijdvakken die de basis vormen voor de toelatingstoets. Elk tijdvak start met de bijbehorende leerdoelen en een toelichting op de kernbegrippen. Het tweede deel omvat vijf proeftoetsen, die overeenkomen met de officiële toets. Het grote voordeel is dat je op deze manier efficiënt en effectief per tijdvak aan de slag kunt met de kennis die je nog moet bijspijkeren. Deze tweede, herziene druk is geheel geactualiseerd en voldoet aan de aangepaste eisen voor de pabo, zoals beschreven in het SLO-document 'Handreiking geschiedenis', juli 2014. Alle vragen zijn opgedeeld in toepassings- en beschrijvingsvragen. Alle antwoorden zijn voorzien van meer informatie. Bovendien zijn bij 40 vragen antwoorden met compleet uitgewerkte verklaringen opgenomen. De pabotoets geschiedenis haal je zo is zowel geschikt voor aankomende pabo studenten als studenten die hun kennis ten behoeve van een (kennisbasis)toets willen bijspijkeren. Jan de Bas is docent geschiedenis aan de Hogeschool Inholland. Hij schreef dit boek in samenwerking met een klankbordgroep bestaande uit pabo en mbo docenten. Hij schreef tevens De pabotoets aardrijkskunde haal je zo.
Top 10 van Vaderlandse geschiedenis
Kees Leer, Marieke Spliethoff
Op reis met prinses Marianne
Prinses Marianne (1810-1883), de jongste dochter van koning Willem I en Wilhelmina van Pruisen, had een ongelukkig huwelijk. Daarom ging zij vaak op reis, vanaf 1844 veelal vergezeld door haar secretaris en minnaar Johannes van Rossum. Ook reisde zij vaak tussen de diverse kastelen en buitenplaatsen die zij had verworven in Nederland en in het huidige Italië, Duitsland en Polen. In 1849 maakte zij een bijzondere pelgrimsreis naar Palestina, onder leiding van de befaamde kenner van het Heilige Land, dominee Van Senden. Hoewel deze tocht veel aandacht kreeg in de toenmalige pers, werd verzwegen dat de prinses een geheim met zich meedroeg. In de brieven die Van Senden aan zijn familie en vrienden thuis stuurde, komen tal van interessante details voor, die licht werpen op deze pelgrimsreis en de vorstelijke reizigster. Op reis met prinses Marianne neemt de lezer mee op de vele uitstapjes die de vorstelijke reizigster ondernam. Aan de hand van dagboeken, brieven en de collectie souvenirs die dominee van Senden als geschenk kreeg van de prinses, beschrijven Kees van der Leer en Marieke Spliethoff de reizen van Marianne. Unieke negentiende-eeuwse kaarten en gravures zijn daarbij een belangrijk hulpmiddel. Zo werpen de auteurs een nieuw licht op deze spraakmakende en eigenzinnige prinses.
In september 1940 begonnen acht studenten aan hun studie aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool in Rotterdam, de voorloper van de Erasmus Universiteit. Ze werden lid van het Rotterdamsch Studenten Corps, vormden de jaarclub De Keien en gingen samenwonen in een studentenpension aan de Claes de Vrieselaan. Aanvankelijk ging tijdens de Duitse bezetting het studentenleven gewoon door, maar met de tijd werden de vrienden allemaal bij verschillende illegale organisaties actief. Terwijl deze kooplieden van de toekomst hun leven in de waagschaal stelden, collaboreerde het Rotterdamse bedrijfsleven op grote schaal. Eén van De Keien, Frits Ruys, groeide in de loop van de oorlog uit tot een van de grootste verzetshelden van Rotterdam. Ruys werd eind 1944 verraden en vervolgens gefusilleerd.
Nieuw in Vaderlandse geschiedenis
Bloed en Stilte is een historische kroniek over een evangelie dat nooit mocht klinken. Van Golgotha tot het middeleeuwse Brugge volgt het boek de tocht van een verboden tekst, doorgegeven in het geheim door wie zweeg om te bewaren. Keizers, kruistochten en revoluties trekken voorbij, maar telkens weer wordt het woord verborgen in steen, water en stilte. Wanneer Maria niet enkel maagd blijkt, maar ook mens, gevallen en toch geheiligd, wordt vergeving gevaarlijker dan ketterij. Wat niet past in orde en macht, wordt verzwegen, ingemetseld, doorgegeven in eden die generaties overspannen. Brugge groeit uit tot een zwijgend Jeruzalem, een stad die draagt wat zij niet mag tonen. Bloed en Stilte is geen hervertelling, maar een bezinning over waarheid en tijd, over spreken en zwijgen, over wie draagt wat niet gezien mag worden. Een historische kroniek over geloof zonder triomf, macht zonder zekerheid, en een boodschap die alleen in duisternis kan overleven tot de lezer moet kiezen wat ermee te doen.
Dick Straaten, Rien Claassen, Frans Groot, Arno Raven, Arie Wilschut
Historisch denken
Het vak geschiedenis bestudeert een werkelijkheid die definitief voorbij is. Wie die werkelijkheid waarheidsgetrouw wil beschrijven, zal proberen het verleden te begrijpen en waardeoordelen vanuit een eigentijds perspectief te vermijden. Dat vereist bepaalde manieren van denken die in dit boek op toegankelijke wijze uiteengezet worden. Omdat deze denkwijzen deel uitmaken van het examenprogramma geschiedenis in het voortgezet onderwijs, is dit boek een belangrijk hulpmiddel voor de vakdocent. Het boek bevat: • Veel voorbeelden die de theorie begrijpelijk en overdraagbaar maken. • Studievragen die de lezer attenderen op de kernzaken van de tekst. • Teksten en opdrachten die een zinvolle toepassing van de theorie mogelijk maken. • Een rijke hoeveelheid illustraties en bronnen. 'Historisch Denken. Basisboek voor de vakdocent' is vernieuwd. De literatuur en voorbeelden zijn geactualiseerd en waar nodig aangepast en aangevuld. Nieuw is dat in elk hoofdstuk de theorie wordt belicht vanuit een actuele kwestie. Op die manier wordt duidelijk wat het denken over het verleden kan opleveren voor het denken over het heden. Dat geeft de docent een middel in handen om met leerlingen te bespreken waar geschiedenis ‘goed’ voor is en hoe het vak kan bijdragen aan maatschappelijke en persoonlijke vorming. De auteurs zijn historici en als docent verbonden (geweest) aan de lerarenopleiding geschiedenis van de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool InHolland en Hogeschool Utrecht. Als lerarenopleider misten ze een toegankelijk en oriënterend overzicht van historische denkwijzen voor geschiedenisleraren. Met dit boek willen ze in deze leemte voorzien.
Een nieuw perspectief op de wereldgeschiedenis. Nieuw-Guinea had in de jaren vijftig en zestig recht op zelfbeschikking. Toch werd het eiland zonder instemming van de bevolking overgedragen aan Indonesië. Hoe kon dat gebeuren? En waarom zweeg de internationale gemeenschap? In Nieuw-Guinea Verraden ontrafelt historicus Gerard Aalders de werkelijke krachten achter de overdracht van Nieuw-Guinea. Diepgravend onderzoek legt een confronterend verhaal bloot over de rol van de Verenigde Staten, de CIA, prins Bernhard, multinationals, banken en het machtige Amerikaanse advocatenkantoor Sullivan & Cromwell, dat schimmige zaken van wereldconcerns in juridische nevelen hult. Dit boek is een urgent werk dat met een scherp oog blootlegt hoe mondiale machtssystemen functioneren, en hoe economische belangen belangrijker worden geacht dan mensenrechten of democratische principes. De Papoea’s zijn een van de vele voorbeelden: vergeten in internationale conferenties, opgeofferd aan de winstmarges van goud- en kopermijnen. Stille slachtoffers van de geschiedenis. Met precisie en historisch inzicht biedt Nieuw-Guinea Verraden een nieuw perspectief op een onderbelicht hoofdstuk in de Nederlandse en wereldgeschiedenis. Het is een onmisbaar boek voor iedereen met interesse in de Koude Oorlog, de dekolonisatie en de wereld achter diplomatie, macht en inlichtingendiensten. Over de auteur Gerard Aalders schreef eerder over kartels, de Bilderbergconferenties, inlichtingendiensten en economische oorlogvoering. Bij Just Publishers verschenen van zijn hand de bestsellers Bernhard – Alles wordt anders en Oranje Zwartboek.
Waar mensen verschijnen, duikt corruptie op. Geen wonder dat Nizaar Makdoembaks tijdens zijn jarenlange onderzoekingen in archieven in Nederland en Suriname bijzonder veel corruptie is tegengekomen. Van kleine vergrijpen tot malversaties op hoog niveau, waarbij de menselijke integriteit constant aan erosie onderhevig is. De centrale vraag in dit boek luidt: is de corruptie in Suriname een erfenis van de koloniale overheersing door Nederland? Sommigen zijn van mening dat er na de onafhankelijkheid nieuwe, autonome vormen zijn ontstaan. Voor beide stellingen valt iets te zeggen, maar wat dit boek toont, is dat men ze niet los van elkaar kan zien. Alle vormen van corruptie die Suriname kende en kent, zijn verweven met de heersende bestuurscultuur. En die is onmiskenbaar gevormd ten tijde van de koloniale overheersing. Van meet af aan was het koloniale bestuur doordrenkt van belangenverstrengeling, dubbele standaarden, zelfverrijking en corruptie. De auteur biedt een overzicht van de diverse verschijningsvormen van corruptie in de periode 1880-1956, maar wijst ook verder terug, tot aan de dagen van gouverneur Van Aerssen van Sommelsdyck. Het gouvernementssysteem creëerde een institutionele cultuur waarin normschendingen aan de orde van de dag waren. Sociale positie bepaalde het risico op consequenties. Dit had soms dramatische gevolgen: casussen van lager geplaatste ambtenaren die suïcide pleegden, staan tegenover riante regelingen met eervol ontslag voor frauderende hogere ambtenaren. De kern van het systeem was een fundamentele ongelijkheid in de toepassing van normen, wetten en sancties. Zo legde de koloniale tijd de basis voor de bestuurscultuur die Suriname nu kent, inclusief de corruptie die haar nog steeds kenmerkt. Nizaar Makdoembaks is een voormalig huisarts. Van zijn hand verschenen eerder meer dan twintig studies over de geschiedenis van de voormalige Nederlandse koloniën, waaronder Lachmon tussen Hindostaanse godfathers in Suriname (2022), Polaks slavernijverleden en Beekes genitaal verminkte Sophia (2023) en Een geschiedenis van de Joodse familie Fernandes en hun slaven (2025).
Opstand van het Geweten Amsterdam, 1672. Beul Hendrik de Scharpretter staat op het schavot met zijn bijl boven een gevangene. Het Rampjaar heeft Nederland aan de rand van de afgrond gebracht, en de menigte schreeuwt om bloed. Maar wat als de man voor hem onschuldig is? Een moment van twijfel op het schavot zet een keten van gebeurtenissen in gang die Europa's machtigste koningen zal raken. Van gesprekken met Lodewijk XIV in Versailles tot Willem III die worstelt met leiderschap, van Karel II die gevangen zit in cynisme tot gewone mensen die zoeken naar moed - Hendrik ontdekt dat authenticiteit besmettelijk is. Maar wat gebeurt er wanneer zijn benadering wordt verkocht als systeem? Wanneer oprechte vragen worden omgevormd tot manipulatietechnieken? Wanneer wijsheid wordt gecorrumpeerd door mensen die macht zoeken? Een verhaal over de moed om jezelf te zijn in tijden van crisis, over de prijs van conformiteit en de kracht van innerlijke wijsheid. Voor iedereen die ooit voor een moeilijke keuze stond en zich afvroeg: wat zou ik doen als ik werkelijk de moed had om mezelf te zijn? De opstand van het geweten begint met één persoon die weigert deel te nemen aan wat verkeerd voelt.
Na ruim twee eeuwen van isolatie opende Japan in 1859 zijn havens voor handel met de buitenwereld. In razend tempo transformeerde het land van feodale staat naar een modern keizerrijk. Als Nederlandse diplomaat in Japan maakte Dirk de Graeff van Polsbroek deze grote omwentelingen van dichtbij mee. De foto’s die hij tijdens zijn verblijf verzamelde behoren tot de oudste van Japan ter wereld. Zonder zelf te fotograferen, had De Graeff een aandeel in de totstandkoming van die vroege beelden. Onbedoeld gaf hij daarmee de Westerse blik op Japan mede vorm. Het land van de rijzende zon had zijn poorten geopend voor het oog van de camera. IN HET LICHT VAN DE RIJZENDE ZON | DE FOTOALBUMS VAN DIRK DE GRAEFF VAN POLSBROEK, 1857 – 1869 is de tweede publicatie in een reeks cahiers over objecten uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.
De Belgische revolutie surfte op een bevrijdingsgolf die in 1830 grote delen van West-Europa overspoelde. Haar motto was de realisatie van ‘vrijheid in alles en voor iedereen’. De revolutie leidde tot de oprichting van een liberale, parlementaire staat. De kiemen voor deze ontwikkeling waren al gelegd tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830). Na de revolutie werd het vrijheidselan echter afgeremd door conservatieve krachten, mee onder druk van de Europese grootmachten. Republikeinen, radicalen en zelfs gematigde liberalen werden ingetoomd. Dat lot overkwam ook de katholieke democraten, die vooral aanwezig waren op het platteland en in de kleine steden. Zij werden krachtdadig bestreden door de monarchie, de adel, de conservatieve clerus en het Vaticaan. Dat ging gepaard met veel machtsvertoon en dramatiek. Deze episode krijgt een speciale plaats in dit boek, omdat zij een grote invloed uitoefende op de verdere geschiedenis van het land. Een meer democratische, volkse kerk maakte plaats voor een machtsinstituut. Dat geraakte verweven met het staatsbestel, bracht de levensbeschouwelijke partijstrijd op het voorplan en werkte de verzuiling van de samenleving in de hand.
Op 25 november 1975 werd Suriname een onafhankelijke republiek. 2025 is een bigiyari: vijftig jaar srefidensi. De nieuwe status als zelfstandige natie stelde veel Surinaamse families voor een keuze: gaan we naar Nederland, of blijven we in switi Sranan? Deze historische gebeurtenis tekende de familiegeschiedenis en persoonlijke levens van honderdduizenden mensen. Wat waren hun dromen en wat kwam ervan terecht? En wat betekent Moeder Suriname nog voor je als je leven zich voornamelijk in het koude Nederland afspeelt? Tien toonaangevende schrijvers met Surinaamse wortels maken in deze bundel de balans op met een persoonlijk verhaal.Met bijdragen van Iwan Brave, Nina Jurna, Tessa Leuwsha, Cynthia McCleod, Bodil de la Parra, Chris Polanen, Shantie Singh, Jeffrey Spalburg, Prof. Soortkill & Etchica Voorn
Water stroomt door Nederland als bloed door een lichaam. Rivieren, kanalen en de zee brengen het land en zijn bevolking al eeuwenlang voorspoed en rampen. Die onstuimige geschiedenis valt het beste te traceren via oude kaarten. Van de sedimentafzetting die ons land tot Nederland boetseerde via de Hollandse Waterlinie tot het zwarte turfgoud en de dreigende zeespiegel. Deze kaarten schrijven niet alleen een nieuwe geschiedenis, ze zijn ook een spiegel voor het heden. Het water is een vijand die overstromingen, landverlies en oorlog aanricht, maar ook een vriend die welvaart brengt via transport, handel en ontspanning. Cartografen brengen die haat-liefdeverhouding van de Nederlanders tot het water al eeuwen in kaart. Na hun bestseller De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten, doken Marieke van Delft en Reinder Storm opnieuw in de archieven, op zoek naar de mooiste en meest inzichtelijke kaarten die de weg van het water beschrijven door het Nederlandse landschap en de tijd. Natuurlijk gaat het in dit zorgvuldig samengestelde boek over het IJsselmeer, de Waddenzee en de grote rivieren en kanalen. Maar we lezen ook over schijnbaar onbeduidende slootjes, molens en nieuwe of verdwenen eilanden. Het verhaal van de wereldhavens staat naast dat van de pleziervaart. We reizen naar steden en akkerlanden, van Friesland tot Limburg, van het holoceen tot 100 jaar in de toekomst. Begeleid door prachtige illustraties en boeiende teksten, geeft dit boek een originele blik op de evolutie van ons 'Neder-land'. Een digitaal overzicht van de 100 kaarten en meer informatie vind je ook op www.lannoo.be/nl/nederland-waterland-een-geschiedenis-100-oude-kaarten.
BERICHT AAN MIJN MEDETIJDREIZIGERS 750 jaar Amsterdam. Er is geen beter moment om stil te staan bij de reis die ons hier heeft gebracht. Deze stad heeft eeuwen zien verstrijken en zowel grote als kleine verhalen beleefd, fascinerende legendes die zijn voortgekomen uit een verstrengeling van waarheid en mythe. In Legends of Amsterdam nodig ik je uit om deze verhalen samen te verkennen - niet alleen als historische feiten, maar als levensechte ervaringen. Met kunstzinnige verbeelding en moderne technologie heb ik geprobeerd om de afstand tussen ons moderne leven en het bruisende verleden van Amsterdam te overbruggen. De afbeeldingen zijn gloednieuw, want gecreëerd met artificiële intelligentie. Tegelijkertijd zijn ze heel oud, want ze tonen het Amsterdam van weleer. Van een beeld van een kleine nederzetting aan de Amstel tot een 'foto' van de Oude Kerk toen die net werd opgeleverd. Deze verrassende samensmelting van eeuwenoude geschiedenis met nieuwe technologie is als een tijdmachine die ons meevoert naar het oude Amsterdam. Maar dit boek is meer dan een geschiedenisles of een verzameling legendes. Het verkent hoe we zijn verbonden met ons verleden en hoe mythes waarheden hebben voortgebracht waarin we ons nog steeds herkennen. Ben je nieuwsgierig naar de verborgen lagen van deze stad, gefascineerd door de dunne scheidslijn tussen geschiedenis en verbeelding of wil je Amsterdam wel eens met andere ogen bekijken, dan is dit jouw uitnodiging. Ga met me mee, laten we door de tijd heen stappen, de stad die we dachten te kennen opnieuw ontdekken en misschien ontdekken we onderweg ook onszelf. - Harrison May
In de zomer van 1672 dreigde de Republiek onder de voet te worden gelopen door het leger van de Franse koning Lodewijk XIV en zijn bondgenoten. De Oude Hollandse Waterlinie zou het westen van het land daarbij beschermd hebben. Maar hoe dan? De waterlinie was geen ondoordringbare watermassa en op sommige plekken niet veel meer dan twintig centimeter diep. Op basis van intensief bronnenonderzoek heeft Anne Doedens, bijgestaan door een projectteam van het Nationaal Waterliniemuseum en Liek Mulder, ontdekt wat zich daar heeft afgespeeld. Honderden kleine schepen (‘uitleggers’) en andere vaartuigen met een geringe diepgang werden met succes ingezet om te voorkomen dat de Fransen via kaden en dijken maar ook via het water het land binnendrongen. Ze werden met name bemand door duizenden matrozen en mariniers van de oorlogsvloot. Deze ‘mannen van De Ruyter’ waren betrokken bij een massale reeks kleine gevechten op rivieren, binnenwateren, in geïnundeerd gebied en op de Zuiderzee. Zij maakten het verschil en wonnen de Zoetwateroorlog.
Met humor en harde feiten fileert Aalders mythen over de Oranjes Wat ooit begon als een serie voor het kwartaalblad De Republikein, aan- gevuld met nieuwe artikelen, groeide uit tot een bundel over de ‘voordelen’ van de monarchie. Met humor, harde feiten en historisch inzicht fileert Aalders de mythen over Wilhelmina, Bernhard, Beatrix, Máxima, Willem-Alexander en Amalia en laat zien hoe het koningshuis, tot in het onzinnige, beschermd wordt tegen kritiek. Aalders stelt kritische vragen over onderwerpen die de gemoederen geregeld bezighouden: de jacht op het Kroondomein, vorstelijke uitkeringen, vliegreizen, mediacodes, uitzonderingswetten, belastingvrijstellingen en de vele andere voordelen die de aandeelhouders van de BV Oranje krijgen toebedeeld. Aalders laat zien hoe het Nederlandse koningshuis niet alleen een symbolische, maar vooral een politiek onaantastbare positie inneemt. De rode draad: de monarchie als ondemocratisch instituut dat door politiek, media en wetgeving wordt afgeschermd van normale toetsing. .................................................... Historicus Gerard Aalders schreef over kartels, de Bilderbergconferenties, inlichtingendiensten en economische oorlogvoering. Zijn boeken over het koningshuis zijn keer op keer spraakmakende bestsellers.
Fred Lardenoye
'Een van de mooiste organisaties in uw land'
Op het toppunt van haar carrière als filmactrice en stijlicoon in de mode komt Audrey Hepburn in november 1954 naar Nederland om vijf dagen lang geld in te zamelen voor de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogslachtoffers (BNMO). Het is voor het eerst dat ze weer voet op Nederlandse bodem zet nadat ze als jong meisje de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog in Arnhem en Velp heeft meegemaakt en na de bevrijding in Amsterdam haar eerste serieuze stappen heeft gezet op weg naar een carrière als balletdanseres. Totdat ze zich vanaf eind jaren tachtig gaat inzetten voor UNICEF keert ze nog regelmatig naar Nederland terug om als ambassadrice voor de BNMO op te treden. Ze zet daarmee niet alleen de BNMO, maar ook de tot dan toe gebrekkige zorg voor Nederlandse invalide militairen op de kaart. Omdat de BNMO niet alleen pioniert op het gebied van veteranenzorg, maar ook in de gehandicaptensport, schenkt ze de Audrey Hepburn Trofee aan de bond. Een trofee die tot op de dag van vandaag jaarlijks wordt uitgereikt aan een persoon of instelling, die zich op bijzondere wijze heeft ingezet voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers of de gehandicaptensport. Daarmee heeft Audrey Hepburn na haar vroege overlijden in 1993 een blijvende erfenis achtergelaten voor mensen die zich net als zij als vrijwilliger onbaatzuchtig inzetten voor anderen, die het minder getroffen hebben.
Anne Doedens, Matthieu Borsboom
De Canon van de Koninklijke Marine
De Canon van de Koninklijke Marine. Geschiedenis van de Zeemacht: een boek waarin in 50 vensters zicht wordt gegeven op de rijke historie van de zeemacht van Nederland. Van 1488 tot nu. Zowel ten tijde van de Republiek als van het Koninkrijk Nederland. 50 gedenkwaardige onderwerpen, naar het voorbeeld van de landelijke Canon van de Nederlandse geschiedenis. Met zaken die iedereen, professional of liefhebber, zou moeten weten. Dit boek gaat niet alleen over zeehelden of zeeslagen. Het gaat ook over geuzen, kapers, slavernij, over wapens, de overgang van zeil naar hout en stoom en die naar de tijd van automatisering, over de eerste mariniers en moderne acties onder de vlag van de NAVO. De thema’s zijn rijk geschakeerd. Lijnen worden getrokken vanuit het verleden naar het heden. Zo komen zeeschilders aan bod, van de Van de Veldes tot hun moderne collega’s. Ingegaan wordt op de rol van vrouwen, van de zeventiende eeuw tot op de huidige dag. Roemruchte onderdelen van de marine en hun geschiedenis worden besproken, van het optreden van de mariniers, dicht bij huis en verder weg, tot de operaties van de vloot, de Onderzeedienst, Mijnendienst of de Marine Luchtvaartdienst. Het verhaal is wereldwijd. Van acties in verre streken tot de marine in Nederlands-Indië. Een must voor iedereen die geïnteresseerd is in Nederlands rijke marineverleden.
Zo’n 160 vreemde gasten maakten kleine en grote gebeurtenissen in Amsterdam van dichtbij mee. Ze beschreven hun ervaringen, ontmoetingen en gedachten. Sommige verhalen zijn herkenbaar, zoals bezoeken aan de Wallen en het bekijken van de Nachtwacht. En ook toen was er sprake van opvang van vreemdelingen, partijstrijd en extreme luxe naast bittere armoede. Al hun verhalen vormen samen een boek met wandelingen door de oude stad, geïllustreerd met meer dan honderd prenten.
Boeken over de Vaderlandse geschiedenis