Middeleeuwen (500-1500)
Populair in Middeleeuwen (500-1500)
Friesland had het eerste vorstenhuis in Nederland. Het verhaal daarover is eeuwenlang door barden bezongen en in volksverhalen verteld. Met de afzetting van Radboud II in 775 kwam het koninkrijk Friesland na 342 jaar ten einde. Als troostprijs hebben de bewoners van de Lage Landen boven de grote rivieren zich nog een paar eeuwen Friezen mogen noemen (de Nederlandse kerk in Rome heet nog altijd de Friezenkerk!). Totdat Holland ook die faam van ze wegnam en Friesland reduceerde tot een provincie van schaatsen en babyvoeding. Als klap op de vuurpijl vinden heden ten dage Hollandse en Friese historici dat enkele koningen uit de geschiedenis geen koning mogen heten, maar gewoon ‘hertogen van de Franken’, en dat de overigen nep-koningen waren. Tijd voor een herwaardering van dit verhaal. Antoine T.J.M. Jacobs is emeritus professor in de rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Tilburg.
Xander Bruins verdwaalde tijdens het schrijven van een essay op Marktplaats en vond een eeuwenoude schedel van een ridder, zonder naam, zonder verhaal. Wat volgde was een jarenlange zoektocht naar de identiteit van deze schedel. Een interdisciplinair onderzoek leidde tot de herontdekking van de vergeten ridder Boudewijn van Heile, een schepen, krijgsgevangene en vredestekenaar uit het veertiende-eeuwse Zeeuws-Vlaanderen, een graafschap dat verscheurd werd door een bloedige opstand. In verwoeste kastelen, beruchte veldslagen en dorpen die van de kaart waren verdwenen, lag een vergeten leven verborgen. Een verhaal van moed en prestige, maar ook van rampspoed, rebellie en gevangenschap. De vergeten ridder is meer dan een biografie, want het vergeten leven van een ridder blijkt ook een spiegel voor onszelf te zijn, want ‘vergetelheid’ is onvermijdelijk, ongeacht rijkdom, titels of familieaanzien. Xander Bruins begon met een zoektocht naar een naam, maar vond juist de betekenis van identiteit. Het middeleeuwse memento mori beantwoordt hij met carpe diem. Xander Bruins doet onderzoek naar de evolutie van schedelvormen en doceert zwaardvechten volgens de veertiende-eeuwse traditie van Johannes Liechtenauer. Hij is gefascineerd door de zoektocht naar begrip en de betekenis van het leven, een reis waarin hij anderen graag meeneemt.
Hoe ontwikkelden de bewoners van de Lage Landen zich in de vroege middeleeuwen van jagers, landarbeiders en vissers tot handelaren, schippers en ambachtslieden? Dat laat Luit van der Tuuk zien in ‘Handelaren en ambachtslieden’. Goede oogsten door betere omstandigheden leverden grotere overschotten op. Daardoor breidde de handel zich uit van lokale markten naar internationale handelsnetwerken. De economie in heel Noord-Europa groeide op ongekende wijze en men kon nu ook rijk worden door werk. In ‘Handelaren en ambachtslieden’ voert vroegemiddeleeuwenkenner Luit van der Tuuk de bijzondere handelaren en ambachtslieden, schippers en scheepsbouwers ten tonele die de grondslag hebben gelegd voor Nederland als handelsland. Aan het werk is het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021.
Ludger was niet de moedige, soms overmoedige missionaris die voor de Frankische troepen uit Friezen en Saksen bekeerde. Hij was, zoals zijn tijdgenoten, bevreesd voor de 'Noordmannen' uit Scandinavië en ondernam geen missie-tocht naar Helgoland. Het lukte hem niet om enkel door de macht van zijn woord de Friezen en Saksen hun oude, Germaanse natuurreligie te doen opgeven. Hij was wel de missionaris die met helpers en beveiligers, zonodig beeldenstormend, door de Friese en Saksische landstreken trok. Ludger genas geen blinden, doven en kreupelen, dus ook niet de legendarische blinde zanger van Friese, heidense heldenliederen, Bernlef. In dit boek wordt Ludger ontdaan van geromantiseerde en vrome verdichtsels. Het boek beschrijft de levensechte Ludger: kloosterling, wetenschapper, auteur, missionaris, leraar en abt, die zich na enig verzet liet wijden tot eerste bisschop van Munster. Die niet wilde worden begraven in zijn bisschopskerk in Munster, ook niet in de Friese bisschopsstad Utrecht dichtbij bij zijn geboorteplaats, maar in de tuin van zijn eigen abdij en kerk te Werden aan de Ruhr.
In de dertiende eeuw ontstond de Hanze, een succesvol samenwerkingsverband van diverse handelsplaatsen. Uit deze periode is een groot aantal scheepswrakken teruggevonden, die ons informatie verschaffen over de scheepsbouw uit die tijd. Uit de vroegere middeleeuwen is dergelijk materiaal nauwelijks voor handen. De weinige bronnen die er zijn, zijn fragmentarisch. Des te verrassender is het beeld dat Van der Tuuk schetst van de Nederlandse scheepvaart in de vroege middeleeuwen, waarin, betoogt hij, de basis werd gelegd voor latere 'Gouden Eeuw'.
‘Moord ende doodslag’ van Kees Nieuwenhuijsen gaat over geruchtmakende zaken in de Middeleeuwen, en de geschiedvervalsing die daarop soms volgde. De middeleeuwse kronieken staan vol met fantastische beschrijvingen over hoe koningen, bisschoppen en graven aan hun eind kwamen. Veelal stierven ze een gewelddadige dood door toedoen van iemand anders. Maar wat is feit en wat is fictie? In ‘Moord ende doodslag’ reconstrueert auteur Kees Nieuwenhuijsen bijna veertig zaken uit de middeleeuwse geschiedenis van Nederland. Hij gaat terug naar de originele geschriften, en vergelijkt deze met latere verslaggeving, historische feiten en andere bronnen. Hij beoordeelt of er sprake is van geschiedvervalsing, en of die vervalsing bewust is gefabriceerd om politieke of religieuze redenen of is ontstaan doordat kroniekschrijvers hun fantasie de vrije loop lieten. Ook belicht hij hoe de begrippen ‘moord’ en ‘doodslag’ in de Middeleeuwen een andere lading hadden dan nu.
Johan R. Boelaert
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347
Dit cahier handelt over de medische geschiedenis in de bloeitijd van de scholastiek (1200-1347) en bestaat uit drie delen. Deel één focust op de universitaire scholastische leermethode voor de kandidaat-medicus. Deze methode wordt aan de hand van voorbeelden belicht (het oog, de vrouwelijke borst, de overdracht van ziekten). Na de dertiende-eeuwse encyclopedisten richten we ons naar de medicus Bernard van Gordon en de chirurg Hendrik van Mondeville, die beiden rond 1300 een belangrijk medisch boek nalieten. Deel twee behandelt de zorg voor de zieke mens en het dode lichaam. De volgende onderwerpen komen aan bod: de preventieve zorg, de diversiteit van de Vlaamse vrouwen betrokken in de ziekenzorg, de getuigenissen van twee patiënten, de hongersnood van 1315-1317 en ten slotte de verscheidene zorgmethodes voor het dode lichaam. Deel drie begeeft zich met de volgende topics naar de ‘franjes’ van de geneeskunde: een encyclopedist die de medici onbekwaam acht, verscheidene legenden die de spot drijven met belangrijke artsen uit de oudheid, uitspraken van het kerkelijk recht over de mannelijke impotentie en ten slotte de prille verschijning van het vrouwelijke decolleté. Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
Geen middeleeuwse familie is zo alomtegenwoordig in ons collectieve geheugen als de familie Breydel. Er is het voetbalstadion, de ham en een telg pronkt zelfs stoer op een standbeeld op de Grote Markt in Brugge. Of hun voorvader nu werkelijk een rol heeft gespeeld tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302 is nog steeds voer voor discussie, maar de Brugse Breydels verlieten het slagveld alvast symbolisch als winnaars. Dit boek brengt de geschiedenis achter de succesvolle branding van de Brugse familie Breydel. Middeleeuwse kronieken vormen de rode draad in dit verhaal over de weg naar de macht van de beroemdste Brugse beenhouwersfamilie uit de veertiende en vijftiende eeuw. Lisa Demets (1991) is als cultuurhistoricus van de late middeleeuwen verbonden aan de Universiteit Gent. Ze onderzoekt de rol van geschiedschrijving in de middeleeuwse maatschappij en werkte mee aan de televisieserie Het verhaal van Vlaanderen en de podcastreeks De vorstinnen van Vlaanderen. ‘Waar is Breydel?’ – De Standaard ‘Er is geen enkel bewijs dat Jan Breydel ook werkelijk kapitein was van de Brugse Metten of de Guldensporenslag. Die kapiteinsfunctie is in de vijftiende eeuw verzonnen.’ – Radio 1
Eén man en één mirakel volstonden om de koppige heidenen in de noordelijke uithoeken van het rijk van de Franken tot het ware geloof te bekeren. Zo stelden de middeleeuwse biografen van de heilige Amandus de kerstening in Vlaanderen voor. Maar wat blijft er van de heilige over na een kritische lectuur van hun wonderlijke verhalen? Wie was die man? Wat dreef hem? Wie waren de mensen die hij in de Scheldevallei kwam bekeren?Om te begrijpen wat er in dit stukje Vlaanderen in de zevende eeuw gebeurde, keert Geert Berings een heel eind terug in de tijd. Hoe drukten de Romeinse veroveraars in de eerste eeuwen van onze jaartelling hun stempel op de samenleving? Wat bleef er van die romanisering over toen de Romeinen de controle verloren en Germaanse boeren de vrijgekomen gronden innamen? Hoe verliep de confrontatie tussen die eenvoudige Franken en die man uit het zuiden met zijn Latijn en zijn vreemde ideeën? Moesten ze nu echt hun heilige bomen omhakken?Wat er in die eeuwen precies aan de hand was, blijft grotendeels verscholen in een dikke mist. Maar een frisse lezing van de geschreven bronnen en recente archeologische vondsten bieden een glimp. Geert Berings maakt er zijn verhaal mee.
Hessel Adema, Luciën Jong, Hessel Adema
Karel en Elegast
De Karel en Elegast is onze enige volledig overgeleverde voorhoofse ridderroman. Voorhoofs, omdat - in tegenstelling tot de iets jongere hoofse ridderromans - elementen als bruut geweld, krijgshaftigheid en trouw aan de leenheer in dit type ridderroman de boventoon voeren. Omdat in deze voorhoofse vertellingen de Frankische ridderwereld centraal staat, en dan vooral Karel de Grote met de zijnen, worden ze ook wel Frankische ridderromans of Karelromans genoemd. Bij het lezen van deze ridderromans moet bedacht worden dat de verhalen rond Karel de Grote (800 na Chr.) eeuwenlang mondeling werden doorverteld voordat ze omstreeks 1200 na Chr. op schrift werden gezet. De romans geven hierdoor uiteraard geen historisch betrouwbaar beeld van Karels tijd en lotgevallen. Allerlei elementen zijn in de tussenliggende periode ingeslopen. Gebeurtenissen die toegeschreven moeten worden aan andere figuren (bijvoorbeeld Karels zwakkere voorgangers en opvolgers) worden op Karel de Grote geprojecteerd. T&T Klassieken is de aanduiding voor een reeks literairhistorische tekstuitgaven van Uitgeverij Taal & Teken. Al sinds 1982 worden deze boeken op vrijwel alle scholen in het voortgezet onderwijs gebruikt.
Top 10 van Middeleeuwen (500-1500)
Met zijn boek ‘De Tempeliers’ brak Dan Jones in 2019 door bij het Nederlandstalige publiek. In de twaalfde eeuw richtten negen ridders de Orde van de Tempeliers op. De broederschap moest de pelgrims in het Heilige Land beschermen. De pelgrims legden een gelofte van armoede en gehoorzaamheid af, en werden daardoor in 1129 erkend door de kerk. Verenigd onder het rode kruis trokken ze ten strijde in de naam van God. In ‘De Tempeliers’ vertelt Dan Jones de geschiedenis van de grootste religieuze ridderorde uit de geschiedenis.
Orlanda S.H. Lie, Ludo Jongen, Wilken Engelbrecht
Een Utrechtse almanak uit de Late Middeleeuwen
In de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel (Nedersaksen) ligt een vijftiende-eeuws, papieren handschrift dat naast middeleeuwse teksten ook prachtige miniaturen bevat van de zeven planeten, de twaalf tekens van de dierenriem en allerlei natuurverschijnselen. Dit handschrift werd tussen 1460 en 1470 vervaardigd in (de omgeving van) Utrecht. Hoe en wanneer het in Wolfenbüttel terecht is gekomen, onttrekt zich aan onze waarneming. Vaststaat dat het in de zeventiende eeuw (samen met twee andere handschriften) in een leren band werd gebonden. De teksten zijn afwisselend in het Latijn en het Middelnederlands geschreven. Ze bevatten verhandelingen over aderlaten, over tijdrekenkunde, over kosmologie en astrologie en over de invloed van de maan op de aarde en haar bewoners. Welke middeleeuwse leef- en denkwereld spreekt uit deze teksten? Wat zegt de inhoud en structuur van de teksten ons over de bedoeling van degene die het boek liet maken? Hoe verhoudt het Latijn zich tot het Middelnederlands? Wie is er verantwoordelijk voor de mooie miniaturen? Al deze vragen komen in deze publicatie aan bod. Voor het eerst worden nu alle teksten (zowel de Latijnse als Middelnederlandse) uitgegeven met een vertaling in hedendaags Nederlands, samen met alle ‘illustraties’ zodat iedere belangstellende kan genieten van dit wonderschone middeleeuwse boek.
In ‘De Saksen’ gaat Luit van der Tuuk op zoek naar de Saksische collectieve identiteit. De term ‘de Saksen’ wordt door de geschiedenis heen vrijelijk gebruikt, maar wat – of beter gezegd: wie – we daartoe rekenen verschilt al sinds de oudheid. Niets blijkt zo kneedbaar als deze term in vroegmiddeleeuwse geschriften, die vaak gekleurd zijn door een politieke agenda. Wie waren deze Saksen? Hoe leefden ze? En wat maakte hen zo interessant voor grootheden als Karel de Grote? Van de drie bekendste middeleeuwse bevolkingsgroepen uit het Nederlandse taalgebied – de Franken, de Friezen en de Saksen – is er geen zo enigmatisch als de Saksen. Van der Tuuk legt feit en fabel naast elkaar en ontrafelt zo de geschiedenis van een veelzijdig volk.
Nieuw in Middeleeuwen (500-1500)
Dit is niet de zoveelste geschiedenis van Europa. ‘Wij, Europeanen’ vertelt hoe we sinds de middeleeuwen altijd verschillend en verdeeld zijn geweest, maar ook expansief en ambitieus. De verdeeldheid leidde een aantal keer bijna tot onze ondergang, maar bracht ons ook democratie, de rechtsstaat en vrijheid van meningsuiting. Hulspas laat zien hoe Europa gevormd is door grootse idealen, door rationaliteit en vooruitgangsdenken, én door schaduwkanten zoals uitsluiting en superioriteitsdenken. Want terwijl Europa opnieuw grenzen moet trekken – geopolitiek, economisch en moreel – kunnen we ons geen gemakzuchtige mythes meer veroorloven. Wie wil begrijpen waar Europa voor staat, en welke toekomst nog mogelijk is, moet eerst begrijpen waar het vandaan komt.
Mathieu Fannee
Warmonds toponymisch woordenboek (5e druk)
In de middeleeuwen hadden landerijen, wegen of wateren rondom het dorp Warmond allemaal een eigen naam. Net als de straatnamen van tegenwoordig duidden deze namen bepaalde plekken in de ruimte aan. Men spreekt van toponiemen, wat letterlijk plaats-namen betekent. Anders dan hedendaagse straten of pleinen, die op gezag van de lokale overheid naar de ene of andere overleden president e.d. vernoemd worden, werden historische toponiemen vaak spontaan bedacht door de gewone man. Benoemingsmotieven waren divers: een stuk land kon heten naar zijn vorm (Ommeloper), naar de dieren of gewassen die erop stonden (Koe-venne, Haverkamp), naar de eigenaar of pachter (Kromme Hendrikkamp, Goswijnvenne), naar de (on)vruchtbaarheid van de grond (Hongerveld) en nog zoveel meer. Daarin schuilt een zekere magie. Ongemerkt vertellen toponiemen iets over het land in een ver verleden. Feitelijk zijn toponiemen korte ooggetuigenverslagen van mensen die heel lang geleden leefden. In dit "Warmonds toponymisch woordenboek" geeft de auteur een inventaris van de vele Warmondse toponiemen die hij in de historische bronnen is tegengekomen. Steeds is geprobeerd om het toponiem in de ruimte te plaatsen.
Mathieu Fannee
Atlas van Laatmiddeleeuws Warmond (5e druk)
Vóór de verwoestingen van het beleg van Leiden (1573-1574) was Warmond een indrukwekkend dorp. De twee kloosters en vier grote kastelen die Warmond sierden spreken al lange tijd tot de verbeelding van historici, die daar dan ook heel wat publicaties aan hebben gewijd. Over het middeleeuwse dorp is echter veel minder bekend. Hoe oud is de historische dorpskern? Hoe zag dat eruit? Wie woonden in het middeleeuwse Warmond? En is de plattegrond van het middeleeuwse dorp nog herkenbaar in het huidige stratenpatroon? De "Atlas van Laatmiddeleeuws Warmond" geeft op bovenstaande vragen een antwoord. De auteur doet uitgebreid verslag van zijn onderzoek in de archieven en maakt de lezer deelgenoot van zijn gepuzzel op weg naar heldere antwoorden. Bevindingen worden geprojecteerd op de bekende 17de-eeuwse kaart van Warmond door Johannes Dou. Met dit boek krijgt de lezer een gedetailleerde gids om het middeleeuwse dorp Warmond te verkennen.
‘Gaat op weg voor de vergeving van uw zonden, en wees daarbij verzekerd van de onvergankelijke glorie van het koninkrijk der hemelen.’In 1095 sprak paus Urbanus II deze woorden tot de christenen, om ze aan te wakkeren de stad Jeruzalem te bevrijden van de islamitische overheersing. Zijn vurige oproep vormde het begin van honderden jaren religieuze strijd: de kruistochten. In ‘De Kruisvaarders’ brengt bestsellerauteur Dan Jones deze gewelddadige en fascinerende geschiedenis tot leven. Aan de hand van markante personen – van koningen tot vergeten strijders – vertelt hij een meeslepend verhaal vol macht, geloof en bloedvergieten, waarvan de echo’s vandaag de dag nog steeds hoorbaar zijn. ‘Schitterend overzichtswerk. (…) Voor goed vertelde verhalen zoals over Amalrik moet je het boek van de journalist en historicus Dan Jones hebben.’ •••• – NRC Handelsblad
Jehanne Darc, een figuur die al jaren als een vonk in mijn hoofd brandt. Sinds ik haar ‘ontmoette’ in Orléans langs de Loire in 2000 en daarna nog in zovele kerken en plaatsen in heel Frankrijk, intrigeert het verhaal van Jehanne la Pucelle me meer dan wie ook. En de laatste jaren werd die nieuwsgierigheid een zoektocht: archieven, literatuur, terreinwerk in Frankrijk. In dit boek bekijken we het ‘andere verhaal’ van Jehanne, anders dan de meeste boeken. Met dikwijls verrassende vaststellingen en, ja, ook controversiële invalshoeken… Want, werd zij wel op de brandstapel gezet in Rouen? Veel ‘bewijzen’ zijn er niet overgebleven, soms moedwillig verdwenen. Er blijven alleen ‘aanwijzingen’ over.Dit boek laat aan de lezer de keuze tussen beide verhalenVeel van wat we nu weten over haar, komt uit de twee processen – in 1431 en 1456. Maar werd dat tweede proces niet gemanipuleerd door Karel VII? Zodat vooral hijzelf er beter zou uitkomen en wij nu een wellicht verkeerd beeld over Jehanne overhouden.“Ik had het genoegen de eerste hoofdstukken in avant-première te mogen lezen en ik kan er alleen maar met superlatieven over schrijven. Een echte aanrader.” Ivan Vanherpe, AUTEUR“Ik kan alleen maar beamen dat het een ongelooflijk interessant boek is, een geschiedenisboek vol verrassingen. Ik ben me bewust dat het voor jou een ongelooflijk werk is/was. Pagina na pagina ging mijn bewondering omhoog. Johan, een dikke proficiat.” Jennie Vanlerberghe, VOORZITTER MOTHERS FOR PEACE, GEWEZEN JOURNALIST KNACK
In Vlaanderen en Picardië ontstonden in de late elfde en eerste decennia van de twaalfde eeuw een aantal uitzonderlijke teksten: twee versies van het leven van de heilige Arnulfus, bisschop van Soissons en stichter van het Vlaamse klooster Oudenburg, en de autobiografie van Guibert van Nogent in Picardië. Lisiard van Crépy schreef de eerste versie van het heiligenleven waarvan Hariulf van Saint Riquier een bewerking maakte. Lisiard had Arnulfus persoonlijk gekend en wist samen met Hariulf diens heiligverklaring te bewerkstelligen. Ook met Guibert van Nogent onderhield Lisiard contacten. Deze vier mannen waren rond het midden van de elfde eeuw geboren in machtige adellijke families.
We volgen het verhaal van een Vlaamse krijger genaamd Robert van Renesse. Afstammend van een Vlaamse adellijke klasse verloor hij zijn vader die sneuvelde in de slag bij Gavere toen hij pas 11 jaar oud was. Hij wordt schildknaap van de ridder Johan Van Luxenburg, groeit op tussen krijgers en leert de vaardigheden van strijd. Toen zijn meester plots stierf op het slagveld, begon hij samen met zijn vrienden te kampen als huursoldaat voor de Italiaanse Condottieri. Wanneer Robert terugkeert naar zijn vaderland. “Vlaanderen.” raakt hij verstrikt in een politiek conflict tussen Bourgondiërs, Vlaamse edelen en de burgers van Gent. Zonder het te beseffen wordt hij door zijn neef Marcus, die een Gentse schepen is, in een ongewilde heldhaftige rol geduwd. Robert worstelt steeds met een haat-liefdeverhouding voor de Bourgondiërs, des te meer doordat zijn Vader stierf in een gevecht tegen Filips de Goede in 1453 en te meren omdat zijn oom Furie, kapitein geworden is in het Bourgondisch leger. Maar de charmes van de Bourgondische prinses Maria en haar knappe page Charlotte, maakt het nog complexer voor hem. Zal zijn liefde voor Vlaanderen overwinnen of valt hij voor haar Bourgondische charmes.
John Haywood, Jeske Nelissen, Linda Broeder
Atlas van de middeleeuwen
In ‘Atlas van de middeleeuwen’ brengt de gerenommeerde historicus John Haywood met behulp van 85 levendige, gedetailleerde kaarten de fascinerende wereld van de middeleeuwen tot leven. Middeleeuws Europa werd lange tijd gezien als een tijd van duisternis en verval. Maar achter dit hardnekkige cliché gaat een periode van diepgaande verandering en vernieuwing schuil. Tussen 476 en 1000 n.Chr. voltrok zich een ingrijpende transformatie: oude rijken brokkelden af, nieuwe machten stonden op, religies verspreidden zich en de fundamenten van het moderne Europa werden gelegd. ‘Atlas van de middeleeuwen’ is een onmisbare gids voor iedereen die inzicht wil krijgen in één van de meest dynamische maar vaak verkeerd begrepen tijdperken uit de geschiedenis.
1347. De Zwarte Dood houdt Europa in een dodelijke wurggreep. Terwijl steden veranderen in massagraven en hoop vervliegt, weigert de jonge arts Elias de strijd op te geven. Gewapend met zijn kennis, zijn vastberadenheid en een zelfontworpen masker, trotseert hij de dodelijke ziekte. Maar hoe dieper hij afdaalt in de duisternis, hoe meer hij ontdekt dat de ware vijand niet enkel de pest is, maar de angst die mensen tegen elkaar opzet. Het zwarte hart van de pest is een aangrijpende roman over wetenschap, bijgeloof en de kracht van menselijkheid in tijden van onvoorstelbare wanhoop.
Ingrid Biesheuvel, Fred Marschall
Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen
De keizer van Rome veroordeelt zijn enige zoon ter dood omdat de jongeman zijn stiefmoeder, de keizerin, zou hebben verkracht. Daarop probeert ieder van de zeven wijze leermeesters van de jongen één dag uitstel van executie te krijgen door een verhaal te vertellen. De keizerin laat zich niet onbetuigd: na ieder verhaal van de leermeesters vertelt zij ook een verhaal. Na zeven dagen, als iedereen zijn zegje heeft gedaan, krijgt de keizerszoon het woord en komt de waarheid aan het licht... Het dertiende-eeuwse Middelnederlandse verhaal 'Van den Seven Vroeden van binnen Rome' (nu vertaald in het modern Nederlands) is in continentaal West-Europa een van de oudst bekende tekstgetuigen van een deels uit het Oosten afkomstige verhalencyclus die eeuwenlang in talloze volkstalen in omloop is geweest. De verhalen zijn zowel in handschriften als in druk door de eeuwen heen bewaard gebleven en hebben in talloze andere teksten hun sporen nagelaten.
Wie was Jeanne d’Arc echt? De overgeleverde verhalen zitten vol tegenstrijdigheden en daarom keert Edward De Maesschalck terug naar de bronnen, die vaak in het Latijn zijn opgesteld: het proces tegen Jeanne d’Arc uit 1431, maar ook het latere proces van eerherstel uit 1456. Zo reconstrueert hij het onwaarschijnlijke verhaal over de wijze waarop een jong boerenmeisje erin slaagt de oorlog tussen Engeland en Frankrijk een andere wending te geven. Hoe ze in 1430 in Compiègne wordt gevangengenomen en uitgeleverd aan de Engelsen die haar willen veroordelen voor ketterij. Ze verschijnt in Rouen voor de inquisitie en belandt uiteindelijk na een lang proces op de brandstapel. De moed van Jeanne is onvoorstelbaar. Ontluisterend evenwel is de confrontatie met het extreme gedrag van mensen in oorlogstijd: van nobele eerbaarheid tot pijnlijke onverschilligheid en infame collaboratie. In die zin is het verhaal van Jeanne d’Arc er een van alle tijden. Edward De Maesschalck is doctor in de middeleeuwse geschiedenis. Hij publiceerde eerder Leuven en zijn colleges. Trefpunt van intellectueel leven in de Nederlanden (1425-1797), Moed en tegenspoed. Edelvrouwen in de Bourgondische tijd, en De hertogen van Brabant (640-1430).
Hessel Adema, Hessel Adema
De reis van Sint Brandaan
Brandaan maakt in opdracht van een engel een lange zeereis als straf voor zijn ongeloof. Hij ziet onderweg de wonderlijkste zaken: vliegende herten, zeemeerminnen, rondzwevende geesten, een helleput vol tandgeknars, een eiland op de rug van een walvis en nog veel meer vreemde verschijnselen. Brandaan en de zijnen komen op zee een aantal malen in zeer grote problemen. Een der opvarenden wordt door de duivel meegevoerd naar de hel en een Sirene zingt de bemanning in slaap, waardoor het schip naar een vulkaan vol duivels drijft. Wekenlang worden ze omsingeld door een enorme walvis die een ring om het schip vormt door zijn eigen staart in zijn bek te houden. Ze naderen de voorpoorten van de hel. T&T Klassieken is de aanduiding voor een reeks literair-historische tekstuitgaven van Uitgeverij Taal & Teken. Al sinds 1982 worden deze boeken op vrijwel alle scholen in het voortgezet onderwijs gebruikt.
De centrale vraag in dit boek is: wat betekende ‘jong’zijn in de late middeleeuwen? Hoe dachten volwassenen toen over jongeren? Daarvan zijn talrijke sporen terug te vinden in de Middelnederlandse literatuur. Twee modellen van jeugdcultuur komen daarin naar voren: een adellijk model gebaseerd op vrijheid, avontuur, zelfstandigheid, geweld en seksualiteit, en een stedelijk burgerlijk model met als basisprincipes zelfdiscipline, vlijt en terughoudendheid. In middeleeuwse fictieverhalen botsen deze twee modellen, en vanuit die frictie kon zich een eigen jongerencultuur positioneren. Hoe gaven jongeren vorm aan hun identiteit? Wat was maatschappelijk aanvaardbaar gedrag? Kleedden ze zich anders dan volwassenen? Hadden ze eigen plekken in de stad? Hoe brachten ze hun vrije uren door? Hadden ze bijzondere rituelen? Konden meisjes zich buiten de deur begeven? Wanneer werd een jongere volwassen? Op basis van originele bronnen, zoals fictieliteratuur, opvoedingsboekjes, gerechtelijke documenten en zelfs beschrijvingen van interieurs schetsen Peter Stabel en Anke De Meyer een veelzijdig en kleurrijk profiel van de jeugd van toen. Een vernieuwende studie. Peter Stabel is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij is lid van het Centrum voor Stadsgeschiedenis en gespecialiseerd in de middeleeuwse sociale geschiedenis en cultuurgeschiedenis. Anke De Meyer promoveerde op een proefschrift over gelaagde sociale identiteiten in de laatmiddeleeuwse stad.
Johan Oosterman, James Marrow, Rob Dückers, Thomas Op de Coul
Koorboeken aan de Maas (1500-1540)
Het graduale van Johannes van Deventer is een omvangrijk en rijk geïllustreerd koorboek: een boek om uit te zingen tijdens de mis. Het is een topwerk dat door de Unesco is ingeschreven in het Nederlands Memory of the World Register. Van Deventer schreef het rond 1512 en schonk het aan het klooster Sint Agatha, waar hij kruisheer was. Daar wordt het tot op de dag van vandaag gekoesterd. Recent onderzoek heeft aangetoond dat dit koorboek nauw is verbonden met vier andere koorboeken afkomstig uit kloosters aan de Maas. Ze zijn verlucht door een groep samenwerkende ambachtslieden die met verfijning en gevoel voor humor te werk gingen. Hun decoratie is inventief en vaak van hoog niveau, maar tot op heden maar nauwelijks bekend. Dit boek presenteert deze bijzondere groep handschriften en beschrijft de rijke cultuur in het gebied van Maas en Rijn, waarin Keulen een dominant centrum was. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door Johan Oosterman, James H. Marrow, Thomas Op de Coul en Rob Dückers.
Ludo Jongen, Gerard Raven
De Moderne Devotie in Amersfoort
Een groot deel van de Amersfoortse geschiedenis uit de Late Middeleeuwen kennen we voornamelijk uit kloosterkronieken. Ze staan vol kleurrijke verhalen over brave en stoute broeders en zusters, branden en overlast van ingekwartierde soldaten. Vijf van de zeven Amersfoortse huizen ontstonden onder invloed van de Moderne Devotie, een opwekkingsbeweging die ook grote invloed kreeg buiten de Nederlandse grenzen. Van de Amersfoortse kloosterkronieken zijn geen originele middeleeuwse handschriften overgeleverd; we kennen ze alleen uit zeventiende- eeuwse afschriften. Deze zijn in moderne vertaling opgenomen in dit boek. In de inleiding gaan Ludo Jongen en Gerard Raven uitgebreid in op allerlei aspecten van de kronieken en plaatsen die in een breder historisch kader. Deze fraai geïllustreerde uitgave geeft een kleurrijk beeld van het leven in de laatmiddeleeuwse kloosters van Amersfoort.
Brugge, Grote Markt, 22 maart 1488. Pieter Lanchals, topambtenaar van de Bourgondische vorst Maximiliaan van Oostenrijk, wordt onthoofd. Deze executie betekent een eindpunt in de strijd van de onderdanen tegen het machtsspel van de vorst en zijn onverzadigbare financiële honger. Pieter Lanchals klimt snel op de sociale ladder. Van loopjongen die het geld naar de troepen brengt tot de man die mee het financieel beleid bepaalt. Via zijn activiteiten komt Lanchals niet alleen in contact met vorsten, prelaten en hoge edellieden maar ook met de grote Italiaanse bankiershuizen en de milieus van kunstenaars en ambachtslieden. Het bij momenten brutale optreden van Pieter Lanchals toont de keerzijde van dit succesverhaal. Vooral de Vlaamse, Hollandse en Zeeuwse onderdanen betalen letterlijk een zeer hoge prijs voor de uitbouw van een ‘centrale’ staat.
De vroege middeleeuwen worden vaak weggezet als een gewelddadige, armtierige en onbeschaafde periode – het grauwe tussenstuk tussen het glorieuze Romeinse rijk en de bloei van de late middeleeuwen. Maar dat beeld doet deze complexe tijd zwaar tekort. Na de val van Rome leefde de antieke erfenis verrassend krachtig voort – in ideeën, instellingen en ambities. Nieuwe, hybride politieke systemen spiegelden zich aan het oude imperium. Romeinse auteurs werden nog steeds gretig gelezen, ook in kloosters en kerken. Dit was de tijd van Clovis en Karel de Grote, maar evenzeer van honkvaste boeren en rondtrekkende handelaars, van misogyne monniken én geleerde nonnen, van gemilitariseerde bisschoppen en vorsten die zich als godenzonen lieten vereren. Aan de hand van de recentste wetenschappelijke inzichten belicht dit boek de belangrijkste sociaal-economische, politieke, religieuze en culturele ontwikkelingen van een tijdperk dat veel meer was dan een historische tussenpauze.
Een duizendjarig avontuur, dat is wat bestsellerauteur Dan Jones maakt van zijn nieuwe geschiedenis van ‘De middeleeuwen’. Hij begint in 410 bij de ineenstorting van het Romeinse Rijk en eindigt weer in Rome als keizer Karel V in de zestiende eeuw voor de poorten van de stad staat. In een duizelingwekkend tempo laat Jones zien hoe het Westen de oude wereld herbouwde en de rest van de wereld ging domineren: door te ontdekken, ontwikkelen of domweg te stelen. Hij werpt een nieuw licht op iconische locaties zoals Rome, Parijs, Venetië en Constantinopel, en enkele van de beroemdste en beruchtste mannen en vrouwen uit de geschiedenis betreden het toneel. ‘De middeleeuwen’ is een boek over – en voor – een tijd van diepgaande verandering.
Boeken over de Middeleeuwen (500-1500)