Treinen, Luchtvaart, Maritiem
Populair in Treinen, Luchtvaart, Maritiem
"Het geluk is niet aan mijn zijde." Op 13 september 2012 krijgt toenmalig KLM-gezagvoerder Erik Westenberg een WhatsAppbericht van zijn 19-jarige zoon Lucas, die op het punt staat een belangrijke examenvlucht te maken. Lucas wil net als zijn vader piloot worden, schrijft zich in aan de KLM Flight Academy en verhuist voor het praktijkgedeelte van zijn opleiding naar Phoenix, Arizona. Het appje blijkt het laatste contact dat vader Erik en moeder Petra met hun zoon hebben. Later die dag stapt Lucas in het sportvliegtuig, wetende dat hij een uitzonderlijk moeilijke opdracht heeft gekregen. Hij is er niet gerust op. Wanneer hij een canyon in moet vliegen, blijkt waarom: een combinatie van gevaren maakt de kloof onveilig om doorheen te vliegen. Het vliegtuig crasht en Lucas komt om het leven, samen met een instructeur en de examinator. 'Nooit meer vliegen' is het waargebeurde verhaal van een vader en zoon met een gedeelde droom: samen vliegen. Het beschrijft hoe een warm en liefdevol gezin, verscheurd door het plotselinge verlies, gedwongen wordt een weg te zoeken in de nieuwe wereld zonder Lucas. Het is ook het verhaal van Eriks strijd om de veiligheidscultuur op de vliegschool op orde te krijgen, want wat Lucas is overkomen, mag nooit meer gebeuren. Zelfs al kost het Erik zijn droombaan als gezagvoerder. Bekend van o.a. RTL Nieuws, Humberto, LINDA, De Telegraaf en AD.
Cees Keijzer, Piet Dijk, Peter Egge
Mooie schepen en banen in de haven van Rotterdam (9)
Opnieuw een boek voor ‘shipaholics' in de haven van Rotterdam'. Met een overslagvolume van 469,4 miljoen ton was 2019 voor de Rotterdamse haven het beste jaar ooit. In 2020 werd dat door corona beduidend minder en daalde de overslag met 6,9 procent. In 2021 volgde een opmerkelijk herstel en werd, met een doorzet van 468,7 miljoen ton, het pre-corona niveau weer bereikt. Haven en scheepvaart zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en door de auteurs Cees de Keijzer en Piet van Dijk is in het negende deel van de populaire reeks ‘Mooie schepen en banen in de haven van Rotterdam’ opnieuw een scala aan hedendaagse schepen en banen in de haven vastgelegd. 30 scheepstypes Hierin passeren meer dan 100 schepen de revue en komen twaalf haven gerelateerde banen voor het voetlicht. Aan de doelstelling om schepen en banen ‘van deze tijd’ in boekvorm, en met de nodige educatieve waarde, vast te leggen is opnieuw invulling gegeven. Er komen ruim 30 verschillende scheepstypes aan bod, waaronder, vanwege de grote diversiteit in vloeibare lading, meer dan tien soorten tankers. Ook zijn er schepen bij met lading uit Oekraïne en van Russische eigenaren of charteraars, die in beide gevallen doorgaans niet onder Russische vlag varen. Met als hoofdmoot olie en gas was voor de haven van Rotterdam 13 procent van de overslag Rusland gerelateerd. Welke impact het Rusland – Oekraïne conflict teweeg gaat brengen, is vooralsnog ongewis. Twaalf banen De twaalf banen zijn een mix van totaal uiteenlopende functies en bedrijven. De olie, nog steeds een van de belangrijkste producten in de Rotterdamse haven, moet steeds meer terrein prijsgeven aan milieuvriendelijker energiebronnen. De energietransitie is in opmars, zoals bij een 200 jaar oude scheepswerf, waar allerlei schepen aangepast worden om elektrisch te kunnen varen. Ook komen regelgeving en verzekeringszaken aan bod en een nieuwkomer in de haven is de Stadshavenbrouwerij op een voormalige fruitterminal. Die mix van functies is ook terug te vinden in de verdeling van vrouwen en mannen. Liefst vijf dames komen voor het voetlicht, waarmee aangetoond wordt dat het ruwe, zware havenwerk tot het verleden behoort en er steeds meer ruimte is voor havenvrouwen.
Droom en werkelijkheid De condities zijn perfect. De twee-eenheid Gladys/schip¬per vaart ‘senang’. Dagelijks scheren velden vliegende vis¬sen razendsnel voorbij, opgejaagd door nog snellere rovers. Enkelen overleven hun vlucht niet. Twee werelden bijeen, van elkaar gescheiden door 6 mm staal. Een droom wordt werke¬lijkheid maar de echte werkelijkheid op zee is complexer. De ‘draaggolf’ in dit boek zijn ervaringen opgedaan in 40 jaar zeilreizen over 7 zeeën. Samengevat in ‘Take Home Messages’. Daarnaast wordt in ‘Themastukjes’ dieper ingegaan op klassiek zeemanschap. Denk aan bootkeuze, zeilvoering, koersbalans, solozeilen, stabiliteit, ‘seasurvival’, noodnavigatie, stormanke¬ren, psychologie, zeeangst, verlatingsangst en nog veel meer. Want mocht de moderne ‘blackbox’ elektronica onverhoopt toch uitvallen dan geeft dit boek antwoord op de vraag: “Wat nu schipper??”
De ingebruikname van de Noord-Zuidlijn van de metro in Amsterdam heeft voor veel Amsterdamse tram- en buslijnen ingrijpende gevolgen; veel vertrouwde lijnen worden opgeheven dan wel verlegd. Deze veranderingen vormen de aanleiding voor de publicatie van een nieuwe serie boeken. In een reeks van vier boeken wordt in woord en beeld aandacht besteed aan alle negentien tramlijnen die de afgelopen ruim veertig jaar in Amsterdam te zien waren. Alle lijnen worden van begin- tot eindpunt en terug langsgelopen. Dit deel behandelt de Damraklijnen (lijn 4, 9, 16, 24 en 25). Deel 2 heeft de Nieuwezijdslijnen als onderwerp, terwijl deel 3 de Ringlijnen behandelt. In het vierde deel wordt summier ook aandacht besteed aan de bus. En dan zowel aan de stadbus als aan de interlokale bus. Met name voor de buslijnen ten noorden van de stad zijn de gevolgen van het in dienst stellen van de nieuwe metroverbinding voor passagiers en buspersoneel groot. Hoe men ook over de Noord-Zuidlijn denkt; het is niet overdreven te stellen dat na de introductie van de paardentram in 1875 en de elektrische tram in 1900 de ingebruikname van de nieuwe metrolijn, gelet op de veranderingen in het lijnennet, voor het Amsterdamse openbaar vervoer een gebeurtenis is van historische betekenis. Auteur Adriaen Louman is al jarenlang bij het Amsterdamse openbaar vervoer betrokken. Zowel als - bijkans dagelijks - passagier en fotograaf. In het verleden was hij voorts jarenlang lid van de Werkgroep voor het Openbaar Vervoer in de Agglomeratie Amsterdam (WOVAA), een voorloper van de afdeling Amsterdam van reizigersorganisatie ROVER, lid van de Amsterdamse raad voor het Verkeer, vrijwillig wagenvoerder Tram en voorzitter van het Amsterdams Openbaar vervoer Museum (AOM). In het dagelijks leven is de auteur werkzaam als docent bij de Hogeschool van Amsterdam.
R.C. Statius Muller, A.J. Veenendaal
De Nederlandse Stoomlocomotieven
Voor liefhebbers van stoomlocomotieven, spoorweghistorici en andere belangstellenden zijn de eerdere drukken van Waldorp’s levenswerk over de Nederlandse stoomlocomotieven tot een soort bijbel geworden. Een hele generatie van liefhebbers die zelf de Nederlandse stoomlocomotieven niet eens heeft meegemaakt, is opgegroeid met “de” Waldorp als bron van handzame en betrouwbare informatie. Sindsdien is er een en ander aan kennis bijgekomen op het gebied van de Nederlandse locomotiefgeschiedenis. Deze nieuwe editie is meer historisch verantwoord maar tegelijk met veel meer technische bijzonderheden. De tekst is geheel vernieuwd, wel met gebruikmaking van de informatie uit de oude tekst, maar vooral veel opnieuw ingedeeld, herschreven en uitgebreid. Onjuistheden zijn rechtgezet en witte plekken in de locomotiefgeschiedenis zo veel mogelijk opgevuld. Er is veel nieuw onderzoek gedaan, en nieuwe literatuur zijn uitgebreid geraadpleegd. Vergelijkingen met buitenlandse locomotieven zijn, waar zinvol, gemaakt en er is meer informatie over de verschillende fabrieken die aan Nederland hebben geleverd en over de chefs van Tractie van de verschillende Nederlandse spoorwegmaatschappijen. Het fotomateriaal is vernieuwd en veel nieuwe foto’s zijn opgedoken, ook van machines waarvan tot nu toe geen opname bekend was. Een heel bijzondere is wel een foto uit 1856 van een ex-Rijnspoor-breedspoormachine in dienst bij de Hollandse Spoor, misschien fototechnisch niet al te goed, maar door zijn leeftijd uniek. De machinist heeft echt een wit jasje aan!”
In dit tweede deel van de reeks over de Amsterdamse tramlijnen in de periode 1975-2018 staan de tramlijnen centraal die over de Nieuwezijds Voorburgwal voer(d)en, te weten de lijnen 1, 2, 5, 11, 13 en 17. Net als bij de tramlijnen in het eerste deel het geval was, worden ook de Nieuwezijdslijnen integraal belicht, en dan weer zowel in kleur als in zwart-wit. Auteur Adriaen Louman is al jarenlang bij het Amsterdamse openbaar vervoer betrokken. Zowel als - bijkans dagelijks - passagier en fotograaf. In het verleden was hij voorts jarenlang lid van de Werkgroep voor het Openbaar Vervoer in de Agglomeratie Amsterdam (WOVAA), een voorloper van de afdeling Amsterdam van reizigersorganisatie ROVER, lid van de Amsterdamse raad voor het Verkeer, vrijwillig wagenvoerder Tram en meewerkend voorzitter van het Amsterdams Openbaar vervoer Museum (AOM). In het dagelijks leven is de auteur werkzaam als docent bij de Hogeschool van Amsterdam.
Het eerste deel van 'Tankvaart' (Nederlandse koopvaardijschepen in beeld, deel 4) beperkte zich tot de GHV-tankers van de Koninklijke/Shell groep en Nederlandse rederijen met uitsluitend tankers in de intercontinentale 'deep sea' tankvaart. Dit deel richt zich op buitenlandse reders met tankers onder Nederlandse vlag. In de loop der jaren heeft de Nederlandse en Nederlands Antilliaanse vlag veelvuldig gewapperd van schepen, eigendom van buitenlandse ondernemingen. Ook heden ten dage biedt een vestiging in Nederland of op Curacao nog voor menig, vooral Duitse, Scandinavische, Italiaanse en sinds een paar jaar ook Turkse reder blijkbaar zodanige (onder meer fiscale) voordelen, dat een belangrijk deel van onze koopvaardijvloot feitelijk in buitenlandse handen is. Tot de eerste ondernemingen die het belang inzagen van het hebben van buitenlandse vestigingen behoorden de grote Amerikaanse olieconcerns, Standard Oil (Esso), Caltex, Cities Service en Gulf Oil. Ook Scandinavische reders - als eerste Norness -, de Belgische Petrofina en zelfs de Iraanse staatsoliemaatschappij brachten tankers onder Nederlandse vlag, waarbij het management werd gevoerd door firma's als Vereenigd Cargadoorskantoor, Vinke en Van Ommeren. Momenteel varen onder andere de Duitse reders Sloman-Neptun, Essberger en Jaegers (Chemgas), de Zweedse reders Tarbit, Thun, Ahlmark en Broström en de Italiaanse De Poli met tankers onder de driekleur. Na het uitvlaggen van de vloot van Jo Tankers (Odfjell) is het accent vooral komen te liggen op chemicaliën-, producten-, bitumen- en gastankers in de categorie tot circa 8.000 ton draagvermogen, met name actief in de Europese wateren. De grote oliemaatschappijen exploiteren al vele jaren uitsluitend tankers onder goedkope vlaggen. Opgenomen zijn schepen van Esso, Stanvac, Caltex/Chevron, Mafina, Norness, Nedgulf, Alesio, Odfjell, Essberger, Tarbit, Broström, Thun en vele andere. In een latere uitgave zullen Nederlandse rederijen, voornamelijk actief in de 'short sea' tankvaart in beeld komen, zoals Anthony Veder, Gebr. Broere, De Haas/Nedlloyd Bulkchem, Clearwater, Rederij Theodora (Tebu/Furness) en Verenigde Tankkustvaart.
In 'De Leeuwenroute' volgt Dick Beumer het spoor van het 2e Parachutistenbataljon onder leiding van luitenant-kolonel John Frost tijdens Operatie Market Garden, zoals dat in 1944 liep vanaf de landingszone bij Heelsum tot de Rijnbrug in Arnhem. Uiteindelijk werd de operatie een mislukking doordat de cruciale brug bij Arnhem niet kon worden behouden. Een boeiende tijdlijn van een bijzondere organisatie, een Amsterdamse belangenvereniging voor zeelieden.
Een van de meest spectaculaire militaire innovaties van de Tweede Wereldoorlog vormden de luchtlandingstroepen. Deze ‘Airborne forces’ werden door de lucht naar hun operatiegebied aangevoerd met transportvliegtuigen, zweefvliegtuigen of per parachute. Ze hadden een offensief doel en werden meestal ingezet tegen een vijand die verdedigend sterk in het voordeel was. >br>De eerste parachute-operatie vond plaats op 24 januari 1941, operatie Colossus (Italië). De tweede, operatie Biting (Frankrijk) was op 29 mei 1941. Operatie Freshman (Noorwegen) startte in de nacht van 19 op 20 november 1942. Het 11 Air Service Battalion was de voorganger van het 1st Parachute Battalion dat later de 1st Parachute Brigade werd.
Kees Aarssen, Luuk Boerman
Van Berkel's patent de luchtvaartafdeling
De vlieg eigenschappen van de Hansa-Brandenburg waren de reden dat dit type in licentie in Nederland vervaardigd werd. De firma Trompenburg te Amsterdam was echter in 1918 volop bezet met de aanbouw van Farmans, Nieuwport-jagers en de bekende "Spijker" lesvliegtuigen, zodat andere firma`s dienden te worden gezocht om zich toe te leggen op de bouw van de Hansa-Brandenburg. Omdat het moeilijk bleek de luchtvaartafdeling LVA en MLD tijdens de Eerste Wereldoorlog te voorzien van moderne vliegtuigen, probeerde het Ministerie van Oorlog het Nederlandse bedrijfsleven te bewegen vliegtuigen te gaan nabouwen. Bedrijven welke dit risico aandurfden konden rekenen op aanzienlijke steun van de overheid. Dankzij het initiatief van Luitenant ter zee 1e klasse; D. Vreede, welke dhr. W.A. van Berkel persoonlijk kende, was de firma Van Berkel bereid de financiële risico's voor het oprichten van een afdeling vliegtuigbouw te aanvaarden. Dhr. Van Berkel die van huis uit de zoon van een slager was, beschikte over een buitengewone inventiviteit, getuige zijn gepatenteerde ontwikkeling op het gebied van vleessnijmachines, welke voor die tijd al ware wonderen van techniek waren.
Top 10 van Treinen, Luchtvaart, Maritiem
In Spoorwegen wordt verslag gedaan van de belangrijkste ontwikkelingen op spoorweggebied het afgelopen jaar en met een blik vooruit in vrijwel geheel Europa. Het jaarboek is onderverdeeld in 34 landenhoofdstukken met per hoofdstuk een beschrijving van algemene ontwikkelingen, investeringen in verbetering en uitbreiding van spoorweginfrastructuur, de reizigersdienst en het rollend materieel. Dit jaar telt het boek 976 pagina’s welke voorzien zijn van zeer veel kleurenfoto’s (>900). De behandelde landen en zijn: Industrie Noorwegen Finland Zweden Denemarken Duitsland Nederland Groot-Brittannië Ierland België Luxemburg Frankrijk Zwitserland Oostenrijk Italië Spanje Portugal Estland Letland Litouwen Polen Tsjechië Slowakije Hongarije Roemenië Oekraïne Moldavië Slovenië Kroatië Servië Bosnië-Herzegovina Noord-Macedonië Montenegro Albanië Bulgarije Griekenland
Kies je voor een culturele trip langs (hoofd)steden of voor een episch avontuur door bergketens? In deze inspirerende reisgids staan 50 schilderachtige treinroutes over de mooiste spoorlijnen van Europa. Dit boek is je ideale reiscompagnon voor een snelle, comfortabele en milieuvriendelijke vakantie. Het staat boordevol praktische informatie over waar je kunt overnachten, wat je wilt weten over een stad, hoe je het best van het ene naar het andere station kunt reizen en alles over het kopen van tickets en reizen met kinderen en/of huisdieren. De prachtige foto’s en handige spoorkaarten zijn de kers op taart. Kortom: in dit boek vind je alle inspiratie die je nodig hebt voor het plannen van een ontspannen treinvakantie!
Quirijn Vegt, Frank Visser, Rolf Winter, Erwin Loo
Vederlicht zwaargewicht
Gracieus, snel, krachtig en wendbaar. Het zijn woorden die naadloos aansluiten bij een van de meest beeldbepalende gevechtsvliegtuigen van de afgelopen vijftig jaar: de F-16 Fighting Falcon. Ontwikkeld en gebouwd als lightweight fighter had het jachtvliegtuig veel weg van een snelle en nauwelijks grijpbare vedergewicht bokser. Maar ook met een enorme slagkracht. De F-16 kon zich daardoor makkelijk in de zwaarste gevechtsklasse staande houden. De Koninklijke Luchtmacht nam in juni 1979 de eerste van in totaal 213 F-16's in ontvangst. Het gevechtsvliegtuig maakte het staartje van de Koude Oorlog mee en vloog vervolgens duizenden missies boven de Balkan, Afghanistan, Irak en Syrië. Over de geschiedenis van de F-16 in dienst van de Koninklijke Luchtmacht gaat Vederlicht zwaargewicht. De aanschaf, de introductie, de opleidingen, het onderhoud en natuurlijk de operationele inzet; het komt allemaal aan bod. De F-16 heeft nu – net als de oude bokser – de ring verlaten. De handschoenen zijn na 45 jaar uitgetrokken. Vederlicht zwaargewicht. De F-16 in dienst van de Koninklijke Luchtmacht 1979-2024 is een saluut aan een van de belangrijkste wapensystemen van de Nederlandse krijgsmacht na de Tweede Wereldoorlog.
Nieuw in Treinen, Luchtvaart, Maritiem
In april 1676, tijdens de Frans-Nederlandse oorlog (1672-1679), voer de Nederlandse luitenant-admiraal-generaal Michiel Adriaenszoon de Ruyter met zijn gecombineerde Nederlands-Spaanse vloot langs de kust van Sicilië en speurde naar Franse oorlogsschepen. De Fransen probeerden daar, ten koste van de Spanjaarden, belangrijke handelsprivileges af te dwingen. De Ruyter was namens de Staten-Generaal van de Republiek der Nederlanden aanwezig om de Spaanse bezittingen ter plekke te verdedigen. De Nederlandse hulp aan de Spanjaarden vloeide gedeeltelijk voort uit de Vrede van Westminster (1674) tussen de Republiek en Engeland en was nodig omdat Nederlandse handelsbelangen op het spel stonden. Frankrijk, tot dan toe de bondgenoot van Engeland, weigerde de Vrede van Westminster te erkennen en besloot door te vechten. Op 22 april 1676, ter hoogte van Sicilië, mondde de situatie uit in de slag bij de Etna. De uiterst ervaren Michiel de Ruyter trad in het strijdperk tegen de gewiekste Franse luitenant-admiraal Abraham Duquesne. Dit boek beschrijft het verhaal van de aanloop tot deze korte en hevige zeeslag en de gebeurtenissen daarna. In 2026 is het 350 jaar geleden dat De Ruyter zijn laatste grote daad verrichtte en ten onder ging. '1676. Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter' eert en herdenkt de laatste daden van deze markante en voorname zeeheld, die vele malen in smetteloze luister uitblonk.
Van perron tot panorama leer je in Starten met Treinspotten precies wat je nodig hebt om als beginnende railfan zelfverzekerd op pad te gaan. Van veiligheid en etiquette tot het herkennen van materieel, het lezen van dienstregelingen, het kiezen van spotlocaties en het gebruiken van apps en tools: deze praktische gids helpt je stap voor stap vooruit. Met tips voor het bijhouden van logboeken, het voorspellen van bewegingen en respectvol contact met personeel en medereizigers maak je van elke observatie een waardevolle ervaring.
HET SEIN STAAT OP ROOD Ongevallen en incidenten op het Nederlandse spoor 1993-2025 Het Nederlandse spoor is een van de veiligste ter wereld. Toch gaat soms mis, heel erg mis, onbedoeld en onverwacht, met veel schade en af en toe zelfs met trieste gevolgen. In dit boek neemt oud-inspecteur rail Dr. ir. Wim Beukenkamp u mee door 33 jaar geschiedenis van ernstige incidenten en ongevallen op het Nederlandse spoor. Enkele hebben de publiciteit gehaald, maar de meeste voorvallen zijn buiten de schijnwerpers gebleven, tot nu. Het boek is onderverdeeld in verschillende hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat over seinen en beveiliging op het Nederlands spoor. Hoofdstuk 2 over de ontwikkeling van de spoorwegen vanaf 1993. Hierna volgen in de hoofdstukken 3 t/m 7 de verschillende ongevallen, onderverdeeld in ongevallen op overwegen, treinbotsingen en overige treinincidenten, ontsporingen, stootjukaanrijdingen en problemen in de infrastructuur. Verder is er een hoofdstuk gewijd aan spoorwegveiligheid anno 2015 en wat we van de voorvallen kunnen leren. Met de nabeschouwing en de geraadpleegde bronnen en bijlagen eindigt het boek.
In dit jaarboek wordt in woord en beeld het afgelopen jaar doorgenomen. Ook worden de toekomstige ontwikkeling van elektrisch vliegen beschreven. Uiteraard aandacht voor militaire luchtvaart, helikopters, grote, kleine en zakelijke luchtvaart. Afgesloten wordt met het luchtvaartregister.
Dit tekstboek helpt je snel en slim starten met vliegtuigspotten. Van basisuitrusting en lenskeuze tot praktische camera-instellingen, van spot-etiquette en veiligheid tot regelgeving en planning: je leert wat je nodig hebt om met vertrouwen aan de baan te staan. Begrijp hoe weer, licht, baaninzet en verkeerspatronen je positie en timing bepalen, en benut apps en ATC-basics om elke sessie doelgericht te maken. Met duidelijke stappenplannen, technieken voor toestelherkenning en registraties, een vertrek-checklist en routes naar bewezen top-spots groei je in korte tijd van nieuwsgierige beginner naar zelfverzekerde spotter. Voor iedereen die meer wil halen uit elke minuut aan het hek, gestructureerd, effectief en met plezier.
Deze nieuwe editie van TRAMS 2026 staat weer boordevol nieuws over de ontwikkelingen in Europa van het afgelopen jaar. Geïllustreerd met ruim 275 foto’s. Per land worden de steden behandeld waar het tramnet is gewijzigd en uitgebreid. Stad voor stad worden de nieuwtjes besproken en met prachtige foto’s ook laten zien. Alle belangrijke ontwikkelingen op tramweggebied binnen Europa worden vermeld. Met een speciaal hoofdstuk over Trambedrijven in Afrika
Eric Van Hooydonk
De maritieme canon van Vlaanderen. 2de uitgave
Jeremy Black, Gerrit-Jan Berg
Geschiedenis van de spoorwegen in 100 kaarten
Spoorwegen veranderden de wereld – niet alleen fysiek, maar ook in onze verbeelding. In De geschiedenis van de spoorwegen in 100 kaarten onderzoekt historicus Jeremy Black hoe kaarten deze revolutionaire infrastructuur hielpen voorstellen, plannen, promoten en begrijpen. Aan de hand van honderd zorgvuldig geselecteerde kaarten uit de rijke collectie van de British Library ontvouwt zich een visuele reis over zes continenten, van de industriële oorsprong in Noordoost-Engeland via het fijnmazige netwerk in Nederland en België tot moderne hogesnelheidsnet-werken in Azië: dit rijk geïllustreerde boek onthult de diepe verwevenheid tussen spoorwegen en cartografie. De kaarten zijn even veelzijdig als verrassend: technische plannen, toeristische en stadsontwikkelingskaarten, militaire schema’s en literaire illustraties. Elke kaart is voorzien van een verhelderend commentaar dat niet alleen uitlegt wat er te zien is, maar ook ingaat op de politieke, economische en culturele context waarin ze ontstonden. Black toont hoe spoorwegen economische groei stimuleerden, steden vormgaven, oorlogen beïnvloedden en pelgrims vervoerden en hoe de spoorwegen het denken over tijd, afstand en ruimte hebben getransformeerd. Een must voor liefhebbers van geschiedenis, kaarten en infrastructuur – met verrassende inzichten hoe de wereld op de rails werd gezet. JEREMY BLACK (1955) is een Britse historicus, schrijver en voormalig hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Exeter. Hij schreef eerder De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in 100 kaarten.
Elk leven laat ongewild sporen na, net zoals elk schip een schuimende kielzog trekt. Hoewel dit spoor langzaam verdwijnt in de rivier, markeert het een stukje van de reis van zowel de schipper als het schip. Het schroefwater is niet alleen de drijvende kracht achter schepen, maar ook achter het leven van de mensen aan boord—voortbewogen door het water en de tijd. In dit boek nemen de auteurs de lezer mee op avontuur. Ze stappen aan boord bij schippersfamilies die met hun schepen de Franse kanalen verkennen of via grote rivieren naar Duitsland varen om lading te lossen en te laden. Aan boord komen persoonlijke verhalen tot leven—verhalen vol vreugde en verdriet, hoogte en dieptepunten, voor- en tegenspoed. Kleurrijke herinneringen van schippers en hun gasten, in romanvorm gegoten. In al deze verhalen zoeken de schrijvers naar de ware ziel van de binnenvaart. Hebben ze die gevonden? Lees het boek en ontdek de unieke wereld van de binnenvaartgemeenschap!
Tot 2004 bezochten cruiseschepen die Nederland aandeden uitsluitend de cruiseterminal in Amsterdam of Vlissingen. Rotterdam was niet in trek en deed niets om haar imago te verbeteren. Dit veranderde na de turbulente gemeenteraadverkiezingen in 2002. Het beleid werd radicaal omgegooid en passagiersschepen waren weer welkom. Er werd campagne gevoerd om deze schepen terug te halen en de voormalige passagiersterminal van de vroegere Holland-Amerika Line werd in ere hersteld. Rotterdam was klaar om, net als in de tijden van weleer, opnieuw grote passagiersschepen te ontvangen. Nu, met dit boek blikt de auteur terug op 20 jaar cruisevaart op Rotterdam en stelt dat Rotterdam daar zeker in geslaagd is en nog steeds aan populariteit wint. Alle schepen die in de afgelopen 20 jaar Rotterdam bezocht hebben worden in beeld gebracht, ook die inmiddels uit de vaart zijn genomen.
De NF-5 is een vliegtuig dat binnen de Koninklijk Luchtmacht zeer geliefd was. Het toestel viel op door zijn eenvoud en geringe afmetingen. Niettemin brak het alle veiligheidsrecords en overtrof het zelfs haar geplande levensduur. Sterker nog, toen na de uitfasering rond 1990 een groot deel van de toestellen aan Turkije werd overgedragen richtte zij met deze toestellen het demoteam “Turkish Stars” op. Nu, een dertig jaar later vliegt dat demoteam nog steeds met deze NF-5’s, hoewel dat nu echt op zijn einde loopt. In dit boek beschrijft en illustreert de auteur de historie en de ontwikkeling van dit vliegtuig. Ook schenkt hij uitgebreid aandacht aan de techniek, waar nodig door detailtekeningen ondersteund. Enige honderden foto’s illustreren de tekst, waarvan vele nooit eerder werden gepubliceerd. Zo wordt nagenoeg elke NF-5 van de Koninklijke luchtmacht in kleur geïllustreerd, ook die door ongelukken verloren zijn gegaan. Spectaculaire verslagen van enkele vliegers completeren het boek. Met de Lockheed F-104G Star¿ghter vormden beide toestellen een kwart eeuw de ruggengraat van de Koninklijke luchtmacht.
Naast Nederlandsche Vliegtuigenfrabriek ('Fokker') en Koolhoven zijn er voor de Tweede Wereldoorlog meer vliegtuigenfabrieken en ontwerpers actief in Nederland. Een van de minder bekende ontwerpers is Theo Slot (1895-1949), die vliegtuigen ontwerpt voor H. Pander & Zonen en N.V. Koninklijke Maatschappij De Schelde. Met zijn ontwerpen drukt hij een duidelijke en eigen stempel op de ontwikkeling van de vliegtuigbouw in Nederland. Hij introduceert meerdere innovaties die later door andere Nederlandse vliegtuigbouwers worden overgenomen. Slot mag met recht de vernieuwer van de vooroorlogse Nederlandse luchtvaartindustrie worden genoemd. Daarnaast staat hij aan de wieg van de sportvliegerij in ons land. Slot is vooral bekend geworden door de Pander S.4 Postjager of, preciezer, door de pech die dit vliegtuig heeft achtervolgd. Dit doet geen recht aan zijn bijdragen aan de vooroorlogse Nederlandse vliegtuigsector. H. Pander & Zonen en N.V. Koninklijke Maatschappij De Schelde geven hem en zijn team de ruimte om noviteiten te ontwikkelen en uit te voeren. Zo ontwerpt Slot met de Pander E het eerste Nederlandse lesvliegtuig. Veel sportvliegers behalen voor de Tweede Wereldoorlog hun vliegbrevet op dit vliegtuig. De Schelde S.21 is zijn laatste gebouwde ontwerp waarvan de bouw bijna is afgerond op het moment van de Duitse inval op 10 mei 1940. Het is een futuristisch ogend gevechtsvliegtuig met een w-vormige vleugel, een cabine die bijna geheel bestaat uit glas, een duwpropellor en een dubbele staart. Met dit boek krijgen Theo Slot, H. Pander & Zonen en N.V. Koninklijke Maatschappij De Schelde het eerbetoon dat ze verdienen voor hun bijdrage aan de Nederlandse luchtvaart voor de Tweede Wereldoorlog.
Dit boek geeft een overzicht van de Spitfires die door Nederland werden gebruikt vanaf 1943 tot en met heden. De samenstelling is gebaseerd op archieven, correspondentie, interviews met de gebruikers en hun familie, onderzoek door derden en eigen onderzoek. Maar dan wel uitdrukkelijk met de vermelding "voor zover bekend". Er kan morgen weer een archief open gaan met nog meer aanvullende feiten. Om het boek completer te maken zijn de namen opgenomen van de vliegers die tijdens de oorlog op Spitfire's en Seafire's hebben gevlogen, waar onder ook enkele Nederlandse vrouwen. Er is een lijst van tijdens de oorlog in ons land neer-gekomen Spitfire's welke na jaren van onderzoek door de Studie Groep Luchtoorlog 39-45 beschikbaar werd gesteld. Ook is een deel van het Operations Record Book van No.322 (Dutch) Squadron opgenomen voor hen die willen weten wat de vliegtuigletter was van een 322 Spitfire tijdens operationele vluchten. In het voor en nawoord komen de mannen achter de enige nog vliegende Nederlandse Spitfire aan het woord alsmede vlieg technische beschrijvingen van Generaal-Majoor b.d. Berry Macco die heel lang op "onze Spitfire" vloog.
Gedurende de 17e eeuw voeren een aantal beroemde en indrukwekkende Nederlandse oorlogsfregatten op de wereldzeeën. De Aemilia diende onder Maarten Harpertsz. Tromp, De Zeven Provinciën zeilde onder Michiel Adriaensz. de Ruyter, De Gouden Leeuw kwam in actie onder Cornelis Tromp, de Eendracht was het vlaggenschip van Jacob van Wassenaar van Obdam en de Brederode maakte geschiedenis onder Witte Cornelisz. de With. De carrière van de Brederode is indrukwekkend. Brederode. Vlaggenschip van Witte de With volgt de carrière van dit illustere oorlogsfregat. Van de bouw tot haar ondergang.
Eindelijk is er een uitgebreid handboek voor iedereen die een traditioneel schip op een historische en modern verantwoorde manier wil tuigen. Er varen inmiddels al vele honderden opnieuw getuigde schepen rond, waarbij schippers zich vaak afvragen hoe het eigenlijk hoort. Floris Hin, heeft zijn jarenlange praktijkervaring als scheepstuiger in dit handboek vastgelegd, zodat iedereen er van kan profiteren. Alle onderdelen van het tuigen worden behandeld, zodat dit handboek de ideale leidraad is voor hen die hun schip historisch verantwoord willen tuigen of hertuigen. In 11 hoofdstukken worden niet alleen het historisch onderzoek behandeld, maar ook het zeil- en tuigplan, de rondhouten, sterkteberekeningen, bevestigingspunten voor staand en lopend want, blokken, grommers en touw, staaldraad, splitsen en het uiteindelijke tuigen gevolgd door het noodzakelijke onderhoud. Op de achterzijde staan foto's van de 'Vrouw Tjitsche', in 1898 gebouwd op de werf van Croles in IJlst als beurtscheepje tussen Bolsward en Amsterdam. Uiteindelijk werd het sterk verwaarloosde schip door Riemer Halbertsma gekocht en inmiddels ziet het schip er weer uit alsof het zo van de werf komt. Om er achter te komen hoe alles vroeger heeft gezeten, was veel studie en nog meer tijd van Riemer, zijn broer en vader, nodig. Die kan nu worden bespaard met dit handboek.
Varen op de Waddenzee is een bijzondere belevenis door het spel van weer en water en de eindeloos mooie natuur. De Waddenzee maakt op iedere zeiler, roeier of motorbootvaarder die door dit gebied zwerft een diepe indruk. Het vraagt wel de nodige nautische vaardigheden om veilig en verantwoord te kunnen varen en overnachten. Wadvaarders is een informatief, sfeervol en rijk geïllustreerd boek over belevenissen op het wad, havens en schippers, scheepsuitrusting en natuur, en laat ook zien dat het niet vanzelfsprekend is dat recreatievaarders de Waddenzee kunnen bevaren. Wat was er allemaal nodig om op deze zee te komen tot ‘vrij en verantwoord’ varen en de vrijheid om er te mogen ankeren en droog te vallen? Addo van Eijk woont aan het wad, is journalist en schrijft veel over de natuur. Rob Leemans was voorzitter van de Vereniging Wadvaarders en vaart al sinds zijn jeugd op de Waddenzee.
Boeken over Treinen, Luchtvaart, Maritiem