Archeologie
Populair in Archeologie
Het is drukkend warm op woensdag 12 mei 1897. Veenarbeiders Willem Emmens en Hendrik Barkhof zijn hard aan het werk in een veentje tussen Vries en Yde. Met een baggerbeugel scheppen ze zwarte veenmodder uit het bruine water. Dan gebeurt er iets wat niemand verwacht: ze halen een lichaam naar boven. De twee mannen schrikken zich een ongeluk en rennen in paniek naar huis. Zo begint Het meisje van Yde, een kinderboek over het beroemdste veenlijk.
Nineveh, de machtige hoofdstad van het Assyrische rijk, fascineerde klassieke en oosterse schrijvers, reizigers en geschiedkundigen sinds de verwoesting in 612 voor Christus. Zij schetsen een immense, dichtbevolkte stad met 90 kilometer lange stadsmuren, prachtige paleizen en kolossale standbeelden van goud. Sinds 1842 onderzoeken archeologen de ruïnes van Nineveh, die gelegen zijn aan de oostelijke oevers van de Tigris, vlakbij de moderne stad Mosul in Irak. De honderdduizenden objecten die intussen zijn opgegraven vertellen een intrigerend verhaal over leven en dood in een Mesopotamische stad. Dit boek concentreert zich op de bloeiperiode van Nineveh in de zevende eeuw voor Christus, de klassieke en religieuze bronnen, en de avonturen van reizigers en archeologen. Daarbij is er aandacht voor het materiële erfgoed van de stad, dat ook tegenwoordig wordt bedreigd. De auteurs zijn toonaangevende specialisten in hun vakgebied en werkzaam bij binnen- en buitenlandse wetenschappelijke instellingen, waaronder de universiteiten van Leiden, Udine, Harvard, Oxford en Cambridge. Deze publicatie verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Nineveh, hoofdstad van een wereldrijk’ in het Rijksmuseum van Oudheden.
Het archeologisch onderzoek in Nederland heeft zich in de eerste helft van de twintigste eeuw tot een geheel eigen tak van wetenschap ontwikkeld. Belangrijke speler in dat vakgebied was het Biologisch-Archeologisch Instituut onder leiding van A.E. van Giffen. Ettelijke grafheuvels, urnenvelden, terpen en wierden werden onderzocht, in een tijd dat veel door afgravingen en ontginningen verloren dreigde te gaan. De resultaten werden op tekeningen en foto's vastgelegd en vondsten werden geborgen. Het werd daardoor het mogelijk om veel over het leven van de mensen in het verleden te reconstrueren. Het meest opzienbarende onderzoek was dat van de wierde Ezinge in de provincie Groningen. In de jaren 1923-1934 zijn daar bij grootschalige opgravingen de resten van bewoning gevonden, die teruggaat tot ca. 500 voor Chr. Het is een gigantische klus geweest om de verschillende bewoningslagen zorgvuldig bloot te leggen. Een "gunstige omstandigheid" was de mogelijkheid om grote aantallen werklozen in te zetten. Zonder hen was de klus nooit geklaard en daarom is dit boek aan hen opgedragen. Uitgangspunt bij de opzet van het boek is een keuze uit de 500 foto's van de opgraving in het archief van het Groninger Instituut voor Archeologie. Zij zijn gemaakt als extra documentatie, naast de vele nauwkeurige veldtekeningen. Tevens levert dat een aardig tijdsbeeld op van het dorp en het omringende landschap. Het boek geeft inzage in de problemen en de toegepaste methoden en technieken. Als gevolg van bodemprocessen, in combinatie met de aanleg van de opgravingsniveaus, bieden de foto's vaak een chaotisch beeld. Het is gelukt om daarin orde aan te brengen door naast de foto's tekeningen te plaatsen waarop de verschillende gebouwen van een eigen kleur zijn voorzien. Als sluitstuk wordt een indrukwekkende serie foto's getoond die steeds op één stuk van de wierde betrekking hebben. Het is als het ware mogelijk om een reis in de tijd te maken door de opgraving van boven naar beneden stapsgewijs volgen.
Evert Ginkel, Peter Stokkel, Everhard Bulten
Wonen op oude duinen
Vroege `Haagse’ boeren op begraven duinen De Wateringse Binnentuinen zijn nu een ruim opgezette nieuwbouwwijk van Den Haag, met veel groen en water. Bijna vijfduizend jaar geleden was het daar nog veel ruimer, groener en waterrijker. Hier lag toen een duinenrij, vlakbij de toenmalige kustlijn, midden tussen moerassen. Daar verscheen rond 2900 voor Christus een groepje mensen, ongetwijfeld er boomstamkano. Ze verbleven er een paar dagen in een schuilhut en aten er een bruinvis op. Niet lang na hun vertrek kwamen er méér mensen naar die dichtbegroeide duinen toe. Ze bouwden er huizen, weidden er vee en zaaiden er akkers in. Ze waren maar met enkele tientallen en hadden het rijk bijna alleen. Bijna, want ze hadden contacten met buren verderop in de duinen, en met mensen ver in het zuiden, waar de vuurstenen en stenen werktuigen vandaan kwamen die ze nodig hadden. Na een tijdje zijn deze vroege Haagse boeren weer vertrokken met onbekende bestemming. Archeologen van de gemeente Den haag hebben in 2011 en 2012 de woonplaats van deze mensen opgegraven en onderzocht. Op grond van hun bevindingen hebben archeologen Peter Stokkel en Evert van Ginkel een boekje geschreven over het prehistorische leven op het duin. Ze reconstrueren dat leven aan de hand van vage grondsporen en kleine stukjes vuursteen en aardewerk, die door prachtige foto’s en `interactieve pagina’s’ tot leven komen. Met smartphone of tablet kan de lezer bewegend beeld oproepen van het maken van een pijl, het boetseren van een pot of het omhakken van een boom met een stenen bijl. Een verrassend kijkje in een lang vervlogen tijd!
André Holk, Rob Oosting, Alice Overmeer, Nicole Schoute, Joran Smale, Arent Vos, Wouter Waldus
Van wrakhout tot reconstructie
Op 13 december 2024 vond de Dag van de historische maritieme archeologie in Nederland (het zestiende Glavimans symposion), plaats bij Museum Batavialand te Lelystad. Het centrale onderwerp van het symposion was: ‘Van wrakhout tot reconstructie’. In de Nederlandse maritieme archeologie is het maken van reconstructies wat ondergesneeuwd geraakt. Om het belang van reconstructies aan te geven en het onderzoek nieuw leven in te blazen, heeft het Glavimans bestuur besloten het symposion aan dit thema te wijden. Een grote verscheidenheid aan benaderingen van scheepsreconstructies op basis van wrakkenonderzoek is aan bod gekomen. Daarbij heeft de keynote lezing van Pat Tanner dit onderzoek in een internationaal perspectief geplaatst. Als bestuur hebben we ernaar gestreefd om naast het centrale thema een breed programma aan te bieden met ook aandacht voor recent onderzoek, waarbij zowel vrijwilligers, professionals als studenten met een maritiem-archeologische of -historische achtergrond aan het woord konden komen. Het symposion en de bijbehorende bundel met de bijdragen van deze dag bieden een platform waar nieuwe inzichten kunnen worden uitgewisseld en bediscussieerd. De Dag van de historische maritieme archeologie in Nederland is niet alleen bedoeld voor archeologen, historici en scheepsbouwkundigen, maar ook voor studenten en vrijwilligers in de (onderwater)archeologie, gezien hun steeds belangrijker wordende rol in het archeologisch bestel. De Glavimans Stichting stimuleert het interdisciplinair scheepswrakkenonderzoek in Nederland.
Evert Ginkel, Monique Veen, Andjelko Pavlović
Graven onder de Haagsche toren
Claudia Vandepoel
Op weg naar de muur van keizer Hadrianus
Claudia Vandepoel neemt de lezer mee van Xanten naar de muur van Hadrianus in Engeland en laat ons kennismaken met de lokale gerechten op deze reis. Het boek is een culinair reisverhaal met recepten uit de Romeinse tijd. Het speelt zich af in het jaar 129 A.D., als Keizer Hadrianus de scepter zwaait. Er is uitgebreide aandacht voor de scheepvaart in die tijd en de verschillende kooktechnieken. Veel van de voorwerpen in het verhaal zijn gevonden bij archeologische opgravingen. De recepten ter plaatse zijn gebaseerd op gegevens uit archeologisch botanisch onderzoek. Ter afsluiting van ieder hoofdstuk worden enige gerechten genoemd die achterin het boek als recept worden besproken, inclusief een foto ter illustratie van het eindresultaat en een bronvermelding. Claudia Vandepoel heeft in 2005 ‘De Historische Keuken’ opgericht met het doel om de mensen van nu de smaak van het verleden te laten proeven. Ze geeft lezingen en proeverijen over de kooktechnieken uit lang vervlogen tijden. In 2013 kwam haar eerste Romeinse kookboek uit: Sapor Limitis, de Smaak van de Limes.
Het Forum Romanum blijft mensen al generaties lang fascineren. Zo mag een bezoek al sinds de klassieke Grand Tour-reizigers ook vandaag haast niet ontbreken in de vorming van laatstejaars humaniorascholieren. Hoe het Forum Romanum er kan hebben uitgezien, daarover blijven archeologen, historici en classici elkaar in de haren vliegen. Dit rijk geïllustreerde boek volgt de evolutie van de recente archeologische ontdekkingen en theorieën. Geen saaie beschrijvingen van archeologische resten, geen opsommingen van afmetingen en steensoorten. De informatie die voortspruit uit de talloze opschriften, is bij wijlen opzienbarend. Een selectie teksten uit de klassieke literatuur, in het origineel én in vertaling, laat zien wat er op het Forum gebeurde. Wat ging Plinius beluisteren in de Basilica Iulia? Wat was nu eigenlijk de geheimzinnige Zwarte Steen? Wat heeft de apostel Petrus met het Forum te maken? Heeft men in 2020 daadwerkelijk het graf van Romulus ontdekt? Ging het Forum met de val van het Romeinse rijk mee ten onder, of bleef het voortleven? De auteurs vullen met dit nieuwe standaardwerk de leemtes op in de kennis van een van de bekendste archeologische sites uit de Romeinse oudheid. Zodoende krijgen die stenen opnieuw hun stem. Stenen en stemmen dus… Guido Cuyt is erevoorzitter van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (AVRA), erelid van de Vlaamse Archeologische Raad en voormalig externe medewerker aan het departement Archeologie van de KU Leuven. Van zijn hand zijn tal van publicaties verschenen over archeologie in het Antwerpse en in Rome. Michiel Verweij is doctor in de klassieke talen. Hij werkt als wetenschappelijk medewerker in de afdeling Oude en Kostbare drukwerken van de Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel en is tevens medewerker van de KU Leuven, onderzoekseenheid Latijnse literatuur. Tot zijn talrijke publicaties hoort het boek Ovidius. Het verhaal van een dichter.
Harald Meller, Kai Michel, Marten Vries
De hemelschijf van Nebra
De hemelschijf van Nebra is een van de belangrijkste archeologische vondsten van de afgelopen eeuw. In 1999 werd de schijf door illegale schatzoekers ontdekt in midden-Duitsland, maar na een avontuurlijke odyssee wist archeoloog Harald Meller hem veilig te stellen om er nader onderzoek naar te kunnen doen. De bronzen schijf met gouden versierselen blijkt de oudst bekende voorstelling van de kosmos ter wereld. Het is het sensationele bewijs dat 3600 jaar geleden in het hart van Europa een tot nog toe onbekende, hoogontwikkelde cultuur heeft bestaan. In De hemelschijf van Nebra schetst Meller samen met historicus Kai Michel niet alleen de spectaculaire gang van zaken rond de vondst van de schijf, maar ook de contouren van een fabelachtig prehistorisch imperium, dat tot nu toe volkomen onbekend was. Het rijk van Nebra was uitgestrekt en machtig, en onderhield contacten van Stonehenge tot aan Egypte en Mesopotamië. Zijn heersers lieten zich bijzetten onder enorme grafheuvels. De hemelschijf van Nebra levert ons de sleutel tot een vrijwel spoorloos verdwenen wereld, waarin de ideeën over goden, macht en kosmos ingrijpend veranderden. Het bestaan van deze onbekende beschaving betekent een fundamentele herijking van de gangbare historische opvattingen. Harald Meller (1960) is archeoloog en directeur van het museum voor prehistorie in Halle an der Saale. Zijn vondst van de schijf van Nebra geniet internationale erkenning. Kai Michel (1967) is historicus en wetenschapsjournalist. Samen met Carel van Schaik schreef hij de bestseller Het oerboek van de mens (30.000 exemplaren verkocht).
Top 10 van Archeologie
Op zoek naar de middeleeuwse wortels van de hoofdstad. Op 27 oktober 1275 werd ‘Amestelledamme’ voor het eerst genoemd in een document, het tolprivilege van graaf Floris V. Amsterdam was toen nog een kleine nederzetting bij IJ en Amstel, maar zou al snel uitgroeien tot een invloedrijke havenstad en beroemd bedevaartsoord. Hoe ontstond Amsterdam? Wat voor leven had de middeleeuwse Amsterdammer? Aan de hand van archiefstukken, archeologische vondsten en plekken in de huidige stad vertellen historici en archeologen over deze onderbelichte periode in de Amsterdamse geschiedenis. Ze verhalen over de eerste bewoners en thema’s als de macht in de stad, misdaad en straf, feest en vermaak, religie, handel, en de zorg voor elkaar. Dit rijk geïllustreerde boek brengt de middeleeuwen dichterbij dan ooit tevoren.
Nieuw in Archeologie
André Holk, Rob Oosting, Alice Overmeer, Nicole Schoute, Joran Smale, Arent Vos, Wouter Waldus
Van wrakhout tot reconstructie
Op 13 december 2024 vond de Dag van de historische maritieme archeologie in Nederland (het zestiende Glavimans symposion), plaats bij Museum Batavialand te Lelystad. Het centrale onderwerp van het symposion was: ‘Van wrakhout tot reconstructie’. In de Nederlandse maritieme archeologie is het maken van reconstructies wat ondergesneeuwd geraakt. Om het belang van reconstructies aan te geven en het onderzoek nieuw leven in te blazen, heeft het Glavimans bestuur besloten het symposion aan dit thema te wijden. Een grote verscheidenheid aan benaderingen van scheepsreconstructies op basis van wrakkenonderzoek is aan bod gekomen. Daarbij heeft de keynote lezing van Pat Tanner dit onderzoek in een internationaal perspectief geplaatst. Als bestuur hebben we ernaar gestreefd om naast het centrale thema een breed programma aan te bieden met ook aandacht voor recent onderzoek, waarbij zowel vrijwilligers, professionals als studenten met een maritiem-archeologische of -historische achtergrond aan het woord konden komen. Het symposion en de bijbehorende bundel met de bijdragen van deze dag bieden een platform waar nieuwe inzichten kunnen worden uitgewisseld en bediscussieerd. De Dag van de historische maritieme archeologie in Nederland is niet alleen bedoeld voor archeologen, historici en scheepsbouwkundigen, maar ook voor studenten en vrijwilligers in de (onderwater)archeologie, gezien hun steeds belangrijker wordende rol in het archeologisch bestel. De Glavimans Stichting stimuleert het interdisciplinair scheepswrakkenonderzoek in Nederland.
800+ onthullingen van ondergronds Amsterdam: intrigerende archeologische vondsten 800+ revelations from underground Amsterdam: intriguing archaeological finds
Jolanda Bos, Wouter Waldus, Bjorn Smit, Martijn Manders
Gezonken Erfgoed
Nederland heeft een rijk maritiem verleden. Eeuwenlang vormden rivieren en zeeën de geografische contouren van ons land. De mogelijkheid om te varen was voor veel mensen bittere noodzaak en vormde de economische, sociale en culturele ruggengraat van de samenleving. In de bodem en onder water liggen de stille getuigen van dit verleden: scheepswrakken, verspreid over heel Nederland – van prehistorische boomstamboten tot moderne vrachtschepen.Gezonken erfgoed vertelt de Nederlandse geschiedenis aan de hand van vijftien iconische scheepswrakken. Elk wrak biedt een venster op een specifieke periode uit de Nederlandse geschiedenis, gebeurtenis of thema: van watermanagement tot handel, van koloniale expansie tot het dagelijks leven van binnenschippers. Dit rijkgeïllustreerde boek biedt een uniek perspectief op ons verleden – niet vanaf het land, maar vanaf het water gezien.
Marcel Niekus, Yuri Koeveringe
jager-verzamelaars in uitgestrekte oerbossen
Wie vandaag de dag door Drenthe reist, kan zich nauwelijks voorstellen hoe het landschap er tienduizend jaar geleden uitzag. Uitgestrekte oerbossen, doorsneden door kronkelende beken en open plekken, vormden het decor van de Midden-Steentijd, een periode waarin de natuur en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Dit boek neemt je mee naar een fascinerende tijd waarin kleine groepen jager-verzamelaars door de bossen trokken, afhankelijk van wat de seizoenen hen te bieden hadden. Ze lieten nauwelijks sporen na, maar archeologisch onderzoek onthult een wereld waarin zij leefden van het jagen op herten en imposante oerossen, het bouwen van hutten, en het bewerken van vuursteen, hout en bot. Ontdek hoe het landschap veranderde, van toendra’s met rendieren tot oerbossen vol bevers en vogels, en hoe deze dynamische omgeving het leven van de eerste moderne mensen beïnvloedde. Marcel Niekus en Yuri van Koeveringe schetsen een beeld van een tijd waarin oeroude tradities en innovatieve technieken hand in hand gingen. Jager-verzamelaars in uitgestrekte oerbossen is een rijk geïllustreerd en toegankelijk geschreven boek dat de prehistorie van Drenthe tot leven brengt. Het is het tweede deel in een reeks over de archeologie van deze provincie en biedt een unieke blik op de Midden-Steentijd, een tijdperk dat de basis legde voor het landschap zoals wij dat nu kennen. Duik in dit meeslepende verhaal over overleven, aanpassing en de diepe verbinding tussen mens en natuur. Dit boek is een onmisbare gids voor iedereen met interesse in archeologie, geschiedenis en het culturele erfgoed van Drenthe. De reeks ‘Archeologie in Drenthe’ is een samenwerking van Stichting Het Drentse Landschap, Het Hunebedcentrum, Stichting Stone, provincie Drenthe en Erfgoed uitgevers.
De afgelopen 25 jaar (2000-2025) heeft archeologisch onderzoek in Nederland een grote vlucht genomen, met name door nieuwe wetgeving. Er zijn in deze periode naar schatting zo’n 3000 grotere en kleinere opgravingen gedaan, die een veelvoud hiervan aan resultaten hebben opgeleverd. Honderdduizenden vondsten zijn letterlijk ‘boven het maaiveld’ gekomen. Met ‘Boven het maaiveld’ toont het Rijksmuseum van Oudheden een staalkaart van de Nederlandse en de Caribische archeologie. Maar liefst 61 auteurs die tot het archeologische werkveld behoren, vertellen wat de afgelopen 25 jaar aan kenniswinst heeft opgeleverd. Ze verhalen over wat hun onderzoeken bijzonder en interessant maakt en welke nieuwe zienswijzen en ontdekkingen er in deze periode zijn bijgekomen. Elke archeologische vindplaats en vondst heeft zijn eigen betekenis of waarde. Een vondst kan een wetenschappelijk of historisch belang hebben, maar ook een ander perspectief bieden. Daarbij gaat het over meer dan het feitelijke archeologische verhaal van de vondsten en vindplaatsen die in de bodem of onder water zijn aangetroffen. Het gaat met name om de waarde van de vondsten. Waarom zijn ze van belang, interessant of een essentiële bijdrage aan onze geschiedenis? Geïnspireerd op verhalen, wetenschappelijke onderzoeken, kenniswinst en emoties die achter een vondst schuilgaan, wordt in dit boek een rijke archeologische ‘schatkist’ geopend.
Op zoek naar de middeleeuwse wortels van de hoofdstad. Op 27 oktober 1275 werd ‘Amestelledamme’ voor het eerst genoemd in een document, het tolprivilege van graaf Floris V. Amsterdam was toen nog een kleine nederzetting bij IJ en Amstel, maar zou al snel uitgroeien tot een invloedrijke havenstad en beroemd bedevaartsoord. Hoe ontstond Amsterdam? Wat voor leven had de middeleeuwse Amsterdammer? Aan de hand van archiefstukken, archeologische vondsten en plekken in de huidige stad vertellen historici en archeologen over deze onderbelichte periode in de Amsterdamse geschiedenis. Ze verhalen over de eerste bewoners en thema’s als de macht in de stad, misdaad en straf, feest en vermaak, religie, handel, en de zorg voor elkaar. Dit rijk geïllustreerde boek brengt de middeleeuwen dichterbij dan ooit tevoren.
De bronstijd (2000-800 v.Chr.) is een sleutelperiode in de prehistorie van Nederland en Europa. De opkomst van een nieuw metaal – brons – leidt tot ingrijpende ontwikkelingen in de samenleving die tot de dag van vandaag doorklinken. Een grootschalige migratie van oost naar west, aan het eind van de steentijd, markeert het begin van een periode van revolutionaire ontwikkeling op maatschappelijk, technologisch en cultureel vlak. Brons, een legering van koper en tin, vormt daarvan de motor. Dit materiaal – taai, hard en glimmend als goud in de zon – blijkt geschikt voor superieure werktuigen, sieraden en wapens. Koper en tin komen maar op enkele plaatsen in Europa voor, hetgeen leidt tot verstrekkende uitwisselingsnetwerken over land en zee en tot de opkomst van een vroege vorm van geld. Deze nieuwe, intensievere contacten veranderen de samenleving voorgoed. Er ontstaan elites die nauw contact met elkaar onderhouden. Religieuze ideeën, symbolen, rituelen en astronomische kennis worden wijd gedeeld en verbinden veraf gelegen delen van Europa voor het eerst onlosmakelijk met elkaar. Macht en bezit creëren echter ook spanningen en leiden tot conflict en oorlog. Hoewel er in voorgaande periodes ook wel geweld was, zien we nu voor het eerst een voorwerp dat puur en alleen bedoeld was om een tegenstander te doden: het zwaard. De opkomst van dit wapen gaat samen met de eerste grootschalige oorlogsvoering waarbij honderden krijgers betrokken zijn. Van superieure wapens en sieraden tot grensverleggende technologieën, de bronstijd is een tijdperk van ongekende dynamiek en verandering. Ontdek in dit boek hoe deze periode, die op het eerste gezicht vervreemdend is, misschien ook fundamenten herbergt van de samenleving zoals wij die kennen.
Rowin Lanen, Jan Doesburg, Henk Baas, Jaap Evert Abrahamse, Jos Stöver, Sonja Barends
De logica van het landschap
Fossiele eiken, veen- of bostoponiemen, Romeinse houtskoolmeilers, wildforstersgoederen, kogelpotten, relieken en bescherming van het landschap: in De logica van het landschap geven 31 artikelen samen een beeld van het brede werkterrein van de archeologie en landschapsgeschiedenis. De auteurs zijn archeologen of onderzoekers uit aanpalende vakgebieden. Ze schrijven over de archeologie van Oost-Nederland en Limburg, over bossen en bosgeschiedenis, veengebieden en zandlandschappen, maar ook over onderwerpen als de voedingsmiddelenbehoefte, bevolkingsdichtheid, Oranjekeramiek en kerkarchitectuur. De logica van het landschap is een zeer gevarieerd en rijk geïllustreerd boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de archeologie en geschiedenis van het landschap. Het boek is aangeboden aan landschapsarcheoloog en hoogleraar Ecologische Landschapsgeschiedenis Bert Groenewoudt bij zijn afscheid bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Bert Groenewoudt heeft veel collega-onderzoekers geïnspireerd en gemotiveerd. Bevriende onderzoekers hebben dit liber amicorum voor hem samengesteld. De rijke variatie aan onderwerpen reflecteert zijn brede interesse en uitgebreide oeuvre. De grote hoeveelheid bijdragen en de variatie in onderwerpen zijn te beschouwen als resultaten van zijn werkzame leven bij de RCE in dienst van de archeologie en het landschap.
Dacië – het oude Roemenië – staat in de klassieke oudheid al bekend als een ‘rijk van goud en zilver’. De talloze archeologische schatten die hier in de twintigste eeuw gevonden zijn, laten zien dat de geruchten over de Dacische rijkdom niet ongegrond waren. Maar de Daciërs waren meer dan alleen liefhebbers van goud en zilver: ze bouwden imposante heuvelforten, bedreven handel met verre koninkrijken, en ze zetten het imposante landschap van het Karpatengebergte naar hun eigen hand. Nieuwe archeologische onderzoeken laten zien hoe over een periode van ruim tweeduizend jaar de Dacische koninkrijken ontstonden. Door de invloeden van verschillende volkeren zoals de Scythen, de Grieken en de Kelten vormden de Daciërs hun eigen cultuur. Al deze verschillende elementen zijn terug te zien in de begrafenispraktijken, de mythologie en de architectuur. Dacia – Rijk van goud en zilver laat zien waar de rijkdom van de Daciërs vandaan kwam, maar kijkt ook verder dan het glinsterende goud en zilver.
Lang voordat Cleopatra over het land van de Nijl regeerde, waren er al machtige koninginnen in Egypte. Zij stonden aan de zijde van de farao bij al zijn activiteiten en blijken een soms verrassend onafhankelijke positie in te nemen. Dit boek beschrijft de vele facetten van het leven van de Egyptische koningin. Hoe was haar relatie met haar echtgenoot de farao, haar familie, de hofhouding en de harem? Welke politieke, religieuze en familiezaken hielden haar bezig? Wat kwam er kijken bij haar begrafenis en hoe was haar relatie tot de godinnen van Egypte? Dit boek concentreert zich op de bloeiperiode van het oude Egypte, het zogenoemde Nieuwe Rijk (ca. 1539-1077 v.Chr.). Belangrijke koninginnen in die tijd waren Ahmose Nefertari, Hatsjepsoet, Teje, Nefertiti en Nefertari. De auteurs zijn als egyptoloog werkzaam bij binnen- en buitenlandse wetenschappelijke instellingen, waaronder de Universiteit Leiden, het Museo Egizio (Turijn) en het Rijksmuseum van Oudheden.
Hendrik Gommer, Hendrik Gommer
Megalieten - Zwart-witversie
Zwartwit Paperback versie, 636 pagina's, A4-formaat Ruim 1500 zwartwit foto's - standaard inkjet kwaliteit Met een korte samenvatting per paragraaf Diverse plattegronden en kaartjes 'Megalieten' is een onmisbare bron voor iedereen die nieuwsgierig is naar de diepgewortelde mysteries van ons oude verleden en ons mens-zijn. Het is het verhaal van Europa, dat 10.000 jaar geleden begon, maar ook het verhaal van de mensheid. Na 21 reisgidsen over monumentale bouwwerken uit het stenen tijdperk was het tijd voor een allesomvattend werk. Dit epische verhaal begint bij vroege boeren die vanuit het Midden-Oosten via Turkije naar Europa trokken, op zoek naar vruchtbare grond voor hun nakomelingen. Van een kleine groep kolonisten groeiden ze uit tot bloeiende samenlevingen van boeren en zeelieden, met een rijke en diverse cultuur. Vanaf 4500 v. Chr. verspreidde het megalithisme zich over het hele continent. 'Megalieten' overstijgt grenzen en onderzoekt honderden megalithische monumenten, waarbij verbanden worden gelegd tussen tientallen culturen en duizenden jaren in de late steentijd. Vanuit een evolutionair antropologisch perspectief biedt het verrassende inzichten in de eeuwenoude vragen over de betekenis van hunebedden, menhirs en steencirkels. Deze antwoorden werpen ook licht op hedendaagse vraagstukken. Met meer dan 1500 boeiende foto's komt het verhaal tot leven en wordt het toegankelijk en meeslepend. Korte samenvattingen helpen de lezer de grote lijnen vast te houden.
Met het huidige archeologisch bestel, de impact van de ‘third science’- revolutie en de toenemende aandacht voor erfgoed lijkt de Nederlandse archeologie sterker in de samenleving verankerd dan ooit. Maar wie zit er eigenlijk te wachten op het verleden dat archeologen menen te schrijven, en waarom eindigen de verhalen van archeologie vaak in de rafelranden van de canonieke geschiedenis? Bij archeologie past geen kruideniersmentaliteit: ze is één van de meest krachtige manieren om geschiedenis te schrijven. We moeten dan wel bereid zijn op een heel andere manier te gaan opereren. David Fontijn laat zien waarom juist de Nederlandse archeologie een ‘deep history’-perspectief kan bieden op essentiële problemen van deze tijd zoals massamigratie, de constructie van groepsidentiteit in een multi-culturele geglobaliseerde wereld en destructieve economieën. Wel moeten we accepteren dat het verleden dat we reconstrueren zich vaak helemaal niet leent voor (nationale) zelfverheerlijking en dat obsessies met ‘onze voorouders’ onverwachte en misschien zelfs uiterst onaangename conclusies kunnen hebben. Dit postuum gepubliceerde essay is een bewerking van de 31e C.J.C. Reuvenslezing, uitgesproken op donderdag 21 november 2019 tijdens de 49e Reuvensdagen te Apeldoorn.
Masja Parlevliet, Nico Parlevliet, Nico Parlevliet
Swoertje wroet in vroeger
De eeuwen tussen 900 en 1100 zijn een belangrijke overgangsperiode in de geschiedenis van wat nu Nederland is. Het gebied verandert ingrijpend qua landschap, bevolking, bebouwing, taal en cultuur. Het wordt beter bereisbaar. Deze veranderingen creëren een Nederland dat herkenbaar is voor bezoekers van nu, met dijken om ontgonnen land, een burcht na elke rivierbocht en kerktorens aan de horizon. Het Nederland van de 10de en 11de eeuw, grotendeels bestuurd door de bisschop van Utrecht, is de noordwestelijke punt van het Heilige Roomse Rijk, geregeerd vanuit het Rijnland. De blik is meer dan nu naar het oosten gericht. De machthebbers onderhouden contacten met Rome, het Byzantijnse rijk en de rest van de wereld. In die netwerken worden kennis en verhalen verspreid, van vroeger of van ver weg. Daarmee reizen mensen in gedachten. Voor deze eeuwen is archeologie de belangrijkste bron, in combinatie met teksten en afbeeldingen in handgeschreven boeken. In schatkamers zijn kunstobjecten vol goud en edelstenen bewaard gebleven en textiel uit de hele wereld. Middenin deze periode viel de millenniumwisseling van het jaar 1000, een sleutelmoment in de christelijke tijdrekening. De verwachtingen waren hooggespannen, maar ook toen is de wereld niet vergaan. Dit rijk geïllustreerde boek, geschreven door conservator dr. Annemarieke Willemsen, verschijnt bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in 2023-2024.
Prachtige portretten van vooral jonge mensen, op hun mooist afgebeeld. Ze kijken je recht aan met grote donkere ogen en zijn vaak zo realistisch dat ze lijken te leven. Geen wonder dat mummieportretten zo tot de verbeelding spreken, al sinds ze omstreeks 1900 in grotere aantallen werden ontdekt. Wie waren deze mooie mensen? En wie waren de vaklieden die de portretten zo knap op houten paneeltjes schilderden? Hoe werkten ze en wie waren hun opdrachtgevers? Mummieportretten worden ook wel Fajoemportretten genoemd, naar de oase in Egypte waar de meeste zijn gevonden. Het zijn afbeeldingen van overledenen die op hun mummie bevestigd werden en die zo een belangrijke rol voor de nabestaanden speelden. De mummieportretten werden van de eerste tot de vierde eeuw n.Chr. gemaakt, toen Egypte een smeltkroes van culturen was. Mummieportretten zijn belangrijke bronnen voor het begrijpen van antieke schildertechnieken en de gebruikte materialen, maar het zijn ook bronnen die iets over dodengeloof en identiteit zeggen. In hedendaags Egypte, met name in de Fajoem, zijn de portretten nu belangrijke symbolen van de eigen identiteit.
Nineveh, de machtige hoofdstad van het Assyrische rijk, fascineerde klassieke en oosterse schrijvers, reizigers en geschiedkundigen sinds de verwoesting in 612 voor Christus. Zij schetsen een immense, dichtbevolkte stad met 90 kilometer lange stadsmuren, prachtige paleizen en kolossale standbeelden van goud. Sinds 1842 onderzoeken archeologen de ruïnes van Nineveh, die gelegen zijn aan de oostelijke oevers van de Tigris, vlakbij de moderne stad Mosul in Irak. De honderdduizenden objecten die intussen zijn opgegraven vertellen een intrigerend verhaal over leven en dood in een Mesopotamische stad. Dit boek concentreert zich op de bloeiperiode van Nineveh in de zevende eeuw voor Christus, de klassieke en religieuze bronnen, en de avonturen van reizigers en archeologen. Daarbij is er aandacht voor het materiële erfgoed van de stad, dat ook tegenwoordig wordt bedreigd. De auteurs zijn toonaangevende specialisten in hun vakgebied en werkzaam bij binnen- en buitenlandse wetenschappelijke instellingen, waaronder de universiteiten van Leiden, Udine, Harvard, Oxford en Cambridge. Deze publicatie verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Nineveh, hoofdstad van een wereldrijk’ in het Rijksmuseum van Oudheden.
Mythische Stenen is een ontdekkingsreisgids die een veelzijdige kijk op hunebedden, megalieten en/of dolmens in Europa biedt. Een unieke serie die de geheimen van de steentijd ontsluit voor het grote publiek. Om mee te nemen op vakantie, naast andere reisgidsen. Of gewoon om te genieten van de vele foto’s en beschouwingen. - Meer dan 300 kleurenfoto’s - Routebeschrijvingen - Beschrijvingen en achtergrondinformatie - Sterbeoordelingen - Reisverhalen - Coördinaten In Schotland zijn veel steencirkels te vinden, waar van Callanish I op Lewis de mooiste is. Waarschijnlijk vinden ze hun oorsprong op Orkney. Die eilandengroep kent een hoge kwaliteit aan steentijdmonumenten. Maeshowe is de bekendste tombe, maar misschien niet de meest indrukwekkende.
Marcel Niekus, Yuri Koeveringe
Van Neanderthaler tot Rendierjager
‘Van neanderthaler tot rendierjager’ is het eerste deel in een toegankelijk en rijk geïllustreerde reeks over de archeologie van Drenthe. Meer dan 115.000 jaar geleden liet een neanderthaler zijn vuurstenen werktuig achter in wat wij nu Drenthe noemen. Voor zover we weten was hij of zij de allereerste mens in deze contreien. In de daaropvolgende 85.000 jaar zou deze nu uitgestorven menssoort met tussenpozen in Drenthe verblijven. Van hun aanwezigheid zijn echter niet veel sporen achtergebleven. Alleen hun stenen werktuigen herinneren ons aan deze lang vervlogen tijden. Archeologen kunnen echter veel afleiden aan deze oeroude artefacten. Waar zijn ze voor gebruikt? Hoe zijn ze gemaakt en wat vertellen ze ons over het leven van de neanderthaler in Drenthe? Zo’n 40.000 jaar geleden stierf de neanderthaler uit en bleef de nieuwkomer Homo sapiens alleen achter. Omdat het noorden van Europa gevangen was in de ijskoude greep van de ijstijd leefden onze verre voorouders in eerste instantie alleen in meer zuidelijkere regio’s. Maar toen de temperatuur steeg, trokken ook deze jagers op den duur naar Drenthe. Omdat zij voornamelijk leefden van de jacht op rendieren, noemen wij hen ‘rendierjagers’. In een tijd van zeer snelle klimaatwisselingen aan het einde van de laatste ijstijd volgden verschillende rendierjagersculturen elkaar snel op. Ook van deze mensen zijn de meeste sporen volledig verdwenen, maar dankzij resten van hun kampementen, haardplaatsen en wederom stenen werktuigen vangen we een glimp op van hun dagelijks leven. In ’Van neanderthaler tot rendierjager’ vertellen wij het verhaal van deze prehistorische mensen die leefden in wat archeologen de Oude Steentijd noemen. In een voor ons onherkenbaar Drenthe, volkomen afhankelijk van het klimaat en van wat de natuur hen bood, hadden zij allen hun eigen manier om hier een bestaan op te bouwen. Maar of dit altijd even succesvol was…. De reeks ‘Archeologie in Drenthe’ is een samenwerking van Stichting Het Drentse Landschap, Het Hunebedcentrum, Stichting Stone en Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum.
A.A.B. Bemmel, K.M. Cohen, J. Doesburg, T. Hermans, J.H. Huiting, J. Renes, K. Vliet
De dam bij Wijk en het Kromme Rijngebied in de middeleeuwen
Negenhonderd jaar geleden – 1122-2022 – werd besloten de (Kromme) Rijn bij Wijk bij Duurstede af te dammen. Met de aanleg van de dam werd de Lekdijk van Amerongen naar Vreeswijk geheel gesloten. Het land in de lage broeklanden achter de dijk kon nu worden ontgonnen voor de landbouw. Zonder dam, zonder dijk en zonder ontginning zou het Kromme Rijngebied er tegenwoordig heel anders uitzien. Daarom dit herdenkingsboek, voorzien van veel illustraties en een groot aantal oude én nieuwe kaarten waarvan een deel nooit eerder is gepubliceerd. Het boek beschrijft hoe het landschap er vóór de afdamming uitzag, waar mensen toen woonden en hoe zij het land gebruikten. Het beantwoordt vragen als hoe en door wie het gebied is ontgonnen, welke rol de Utrechtse bisschop had en hoe het water buiten de deur werd (en wordt) gehouden. Daarnaast gaat het in op de latere ontwikkeling van dorpen en kastelen. Bijna veertig jaar geleden verscheen het standaardwerk van Dekker ‘Het Kromme Rijngebied in de Middeleeuwen’. Deze publicatie borduurt voort op dat werk en biedt nieuwe inzichten en bevindingen.
Boeken over Archeologie