Nieuwe geschiedenis (1500-1870)
Populair in Nieuwe geschiedenis (1500-1870)
Ineke Huysman, Roosje Peeters, Jean-Marc Tol
Johan de Witt en Frankrijk
Johan de Witt en Frankrijk geeft aan de hand van authentieke brieven van raadpensionaris De Witt een levendig beeld van de verhouding tussen de Republiek en Frankrijk tijdens de zeventiende eeuw. Meer dan vijfentwintig historici behandelen een originele brief uit de correspondentie van De Witt. Iedere brief wordt afgedrukt, getranscribeerd, vertaald en besproken. Redactie: Ineke Huysman en Roosje Peeters. Fokke & Sukke-tekenaar Jean-Marc van Tol maakte illustraties aan de hand van bekende zeventiende eeuwse kunstwerken.
Menno Loos (1974) is bevlogen, maatschappelijk betrokken en ondernemer. Met zijn jonge gezin woont hij in Arnhem, waar hij zich actief inzet voor zijn buurt en de gemeente. Dit is zijn eerste boek.
In ‘De opstand van Tula’ vertelt Robin Raven het levensverhaal van de slaafgemaakte Tula. Hij werkt jarenlang op de plantage Kenepa (Knip) in het westen van Curacao, die eigendom is van Caspar van Uytrecht. Op 17 augustus 1795 leggen Tula en circa veertig andere slaafgemaakten het werk neer. Daarmee begint de grootste slavenopstand in de geschiedenis van de Nederlandse Antillen. Tula is de leider. Hij is retorisch sterk en gebruikt de Europese Verlichtingsidealen tegen de plantagebezitters. Hij gaat de gewelddadige confrontatie met het koloniale leger niet uit de weg. Tula wordt verraden en moet zijn strijd met de marteldood bekopen. Op Curacao wordt hij sinds 2010 erkend als ‘nationale held’.
De kermis barst los. Klokken luiden, mensen trekken hun mooiste kleren aan, de straten vullen zich met kleur, muziek en spektakel. Terwijl fanfares spelen en gildebroeders knallen met buskruit, duiken vuurspuwers, dansers en berentemmers op tussen de kraampjes en herbergen. Kinderen joelen, volwassenen drinken en lachen – het hele dorp leeft op. De vroegmoderne kermis was in de Nederlanden hét moment waarop gemeenschappen samenkwamen om te vieren. Religie, rituelen, handel en vermaak vloeiden er moeiteloos in elkaar over. De kermis was een sociaal en cultureel hoogtepunt dat mensen van alle leeftijden en standen verbond en betoverde. Blije kermisdagen neemt je mee naar deze levendige wereld van volksvermaak en collectieve beleving. Met oog voor detail ontrafelt dit boek de verborgen lagen van een traditie die eeuwenlang het ritme van het leven bepaalde. Een onweerstaanbare reis door het erfgoed van de Lage Landen – verrassend herkenbaar, nog altijd actueel. Emma D’haene promoveerde op dit onderwerp en bewerkte haar doctoraalscriptie tot dit heldere publieksboek. Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van het Bijzonder Onderzoeksfonds KU Leuven.
In 1628 veroverde Piet Heyn de Spaanse Zilvervloot, een gebeurtenis die de Republiek der Verenigde Nederlanden een ongekende financiële overwinning opleverde en de Spaanse wereldmacht zwaar trof. Dit boek reconstrueert deze expeditie stap voor stap op basis van primaire zeventiende‑eeuwse bronnen, WIC‑documenten, kaarten en scheepslijsten. De lezer volgt Heyns leven van zijn jeugd in Delfshaven en zijn jaren als galeislaaf tot zijn dienst bij de VOC en zijn rol als vice‑admiraal van de West‑Indische Compagnie. Zijn expedities naar Brazilië, de verovering van Salvador da Bahia, de kaapvaart in het Caribisch gebied en de jacht op de Zilvervloot worden helder en toegankelijk beschreven. Dit werk toont hoe maritieme strategie, handel en politiek samenkwamen in een van de meest indrukwekkende ondernemingen uit de Nederlandse geschiedenis. Meer informatie over de auteur staat op www.GaetanAlgoet.eu. Dit boek wordt tijdelijk aangeboden aan een lanceringsprijs van € 29,95.
Tijdens de zeventiende en achttiende eeuw komt de Friese koopvaardij tot een ongekende bloeiperiode die vrijwel overal in Friesland welvaart brengt. Deze Friese Gouden eeuw is onlosmakelijk verbonden met de Gouden Eeuw van Amsterdam. Het zijn vooral de Friezen die via de Oostzee de Amsterdammers voorzien van graan en van het hout dat nodig is om de stad op te bouwen. Dit ontwikkelt zich met name vanuit de doopsgezinde netwerken. Friezen op zee vertelt hoe tienduizenden schepen vanuit Friesland door de Sont op weg gaan naar de Oostzee, hoe boerenzoons schepen bouwen en Waddeneilanders de walvisvaart opbouwen, hoe marktplaatsen uitgroeien tot internationale havens, hoe men vanuit veengebieden turf naar Amsterdam verscheept en ten slotte hoe de koopvaardij ten onder gaat. De wetenschappelijke belangstelling van Emeritus-hoogleraar Jan Auke Walburg gaat uit naar de omstandigheden waaronder gemeenschappen tot bloei en ontwikkeling komen. Hij maakte een diepgaande studie naar de ontwikkeling van een 25-tal Friese steden en dorpen die vooral dankzij de scheepvaart tot welvaart kwamen. Hij is voorzitter van de Wurkgroep Maritime Skiednis van de Keninklijke Fryske Akademie.
In 'Meten en tellen' presenteert historicus en schrijver Peter van Druenen een nieuwe methode om de inwonertallen van steden in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw te kunnen inschatten. Nieuw is het feit dat er hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van oude stadsplattegronden en veel minder van de gebruikelijke bronnen zoals doop- trouw-, begraaf- en poorterboeken. Voor de zestiende eeuw gebruikt Van Druenen de beroemde stadskaarten van Jacob van Deventer en voor de zeventiende eeuw die van Joan Blaeu. De verschillende testen die de auteur uitvoert op een aantal Zeeuwse, Hollandse en Vlaamse steden, tonen zonder uitzondering aan dat de nieuwe methode resultaten oplevert die veel betrouwbaarder zijn dan de bestaande methoden. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet in de verdere ontwikkeling van de Nederlandse historische demografie. Met de nieuwe methode kunnen straks de bevolkingsaantallen van alle Nederlandse (en deels ook Belgische en Noord-Franse) steden voor het eerst systematisch worden bepaald.
‘Hoeveel tranen moeten er nog meer vloeien voor hen die snakken naar vrijlating?’ Het is zomaar een zin uit 1696 van de consul in Marokko over gekaapte Nederlanders. Was het normaal dat ze meermalen werden verkocht en tot slaaf gemaakt vanwege Barbarijse kaperacties? Hoe zwaar was het bestaan van deze slaven en hoe omvangrijk hun aantal? Het blijkt dat slechts een vijfde deel van hen terugkeerde, ondanks dat verwanten en lokale overheden zich inspanden om hen terug te kopen. Barbarijse staten trokken collectief profijt van het losgeld. Een evenwichtige kijk op Barbarijse kapers opent een nieuw venster op een wereld waarin collectief kaper- en staatsbelang zwaarder telden dan het lot van een individu.
Habsburgse Vrouwen – Een Trilogie over Macht, Cultuur en Dynastie Van de pracht van het achttiende-eeuwse Wenen tot de ondergang van de Habsburgse wereld: deze trilogie belicht drie van de meest invloedrijke vrouwen uit de Europese geschiedenis. In deel 1 staat Maria Theresa centraal, de enige vrouw die uit eigen recht over de Habsburgse monarchie regeerde en de grondlegger werd van een moderne Europese staat. Deel 2 volgt het bewogen leven van Marie Antoinette, de Habsburgse prinses die koningin van Frankrijk werd en het symbool van een ten onder gaande monarchie. In deel 3 ontmoet de lezer Empress Elisabeth of Austria, de legendarische keizerin wier leven werd gekenmerkt door schoonheid, vrijheid en tragedie. Cultuurhistoricus Rinus van Hagen brengt deze vrouwen tot leven tegen de achtergrond van oorlogen, hofcultuur, religie, hervormingen en maatschappelijke veranderingen. Met oog voor zowel de mens als de geschiedenis laat hij zien hoe drie vrouwen hun stempel drukten op Europa.
Nieuw in Nieuwe geschiedenis (1500-1870)
In 1628 veroverde Piet Heyn de Spaanse Zilvervloot, een gebeurtenis die de Republiek der Verenigde Nederlanden een ongekende financiële overwinning opleverde en de Spaanse wereldmacht zwaar trof. Dit boek reconstrueert deze expeditie stap voor stap op basis van primaire zeventiende‑eeuwse bronnen, WIC‑documenten, kaarten en scheepslijsten. De lezer volgt Heyns leven van zijn jeugd in Delfshaven en zijn jaren als galeislaaf tot zijn dienst bij de VOC en zijn rol als vice‑admiraal van de West‑Indische Compagnie. Zijn expedities naar Brazilië, de verovering van Salvador da Bahia, de kaapvaart in het Caribisch gebied en de jacht op de Zilvervloot worden helder en toegankelijk beschreven. Dit werk toont hoe maritieme strategie, handel en politiek samenkwamen in een van de meest indrukwekkende ondernemingen uit de Nederlandse geschiedenis. Meer informatie over de auteur staat op www.GaetanAlgoet.eu. Dit boek wordt tijdelijk aangeboden aan een lanceringsprijs van € 19,95.
In 1628 veroverde Piet Heyn de Spaanse Zilvervloot, een gebeurtenis die de Republiek der Verenigde Nederlanden een ongekende financiële overwinning opleverde en de Spaanse wereldmacht zwaar trof. Dit boek reconstrueert deze expeditie stap voor stap op basis van primaire zeventiende‑eeuwse bronnen, WIC‑documenten, kaarten en scheepslijsten. De lezer volgt Heyns leven van zijn jeugd in Delfshaven en zijn jaren als galeislaaf tot zijn dienst bij de VOC en zijn rol als vice‑admiraal van de West‑Indische Compagnie. Zijn expedities naar Brazilië, de verovering van Salvador da Bahia, de kaapvaart in het Caribisch gebied en de jacht op de Zilvervloot worden helder en toegankelijk beschreven. Dit werk toont hoe maritieme strategie, handel en politiek samenkwamen in een van de meest indrukwekkende ondernemingen uit de Nederlandse geschiedenis. Meer informatie over de auteur staat op www.GaetanAlgoet.eu. Dit boek wordt tijdelijk aangeboden aan een lanceringsprijs van € 29,95.
De Odyssee behoort al bijna drieduizend jaar tot de invloedrijkste werken uit de wereldliteratuur. Het verhaal van Odysseus is veel meer dan een avontuurlijke reis langs Cyclopen, Sirenen en goden; het is een spiegel van de Griekse beschaving en een tijdloze zoektocht naar identiteit, thuiskomst en menselijke veerkracht. In De Odyssee: Een Cultuurhistorische Geschiedenis van Homers Meesterwerk onderzoekt cultuurhistoricus Rinus van Hagen het beroemde epos vanuit historisch, archeologisch en literair perspectief. Aan de hand van recente wetenschappelijke inzichten, archeologische ontdekkingen en eeuwen van receptiegeschiedenis onthult hij hoe mythe en werkelijkheid met elkaar verweven zijn. Daarnaast laat hij zien hoe de Odyssee kunstenaars, schrijvers, componisten en filmmakers tot op de dag van vandaag blijft inspireren. Een rijk geïllustreerde en toegankelijke cultuurhistorische studie voor iedereen die de wereld van Homerus én de blijvende invloed van zijn meesterwerk wil ontdekken.
Aan het begin van de zeventiende eeuw trok Aernout van Buchel (Arnoldus Buchelius, 1565-1641) door de Lage Landen om zoveel mogelijk monumenten, grafschriften en schilderingen op te tekenen, voordat het te laat was. Veel van dat erfgoed was al vernield door de eerdere strijd tegen Spanje – en veel ervan werd nog steeds met sloop bedreigd. Met zijn duizenden aantekeningen, dagboeknotities, tekeningen en schilderingen maakte Van Buchel tegelijkertijd kleurrijke verslagleggingen van de Republiek in roerige jaren. Halverwege de Opstand richt de blik op één enkele pagina uit Van Buchels enorme oeuvre: het verslag van zijn bezoek aan Noordwijk, mei 1619. De maand vormde een scharnierpunt in de geschiedenis van de Republiek en Van Buchels eigen leven. Eén pagina, als aanleiding voor verrassende verkenningen van Van Buchels oeuvre en zijn tijd. Een momentopname van de spanningsvolle vroege zeventiende eeuw, halverwege de Opstand.
Aan het einde van de 16e eeuw ontstond er in Rijnland een lokaal baljuwschap, gevormd door de dorpen Noordwijkerhout, Lisse, Hillegom en Voorhout. In deze uitgave wordt de totstandkoming van het baljuwschap en de procedurele aspecten ervan belicht, en worden de welgeboren mannen (de rechters in de vierschaar) uit de periode 1590-1627 en de families waaruit zij voortkwamen beschreven aan de hand van transcripties, praktijkvoorbeelden en genealogisch onderzoek. Het onderzoek dat eraan ten grondslag ligt en de uitkomsten ervan vormen daarmee een regionaal gebonden momentopname in de lange geschiedenis van welgeborenen en welgeboren mannen in Holland.
Marie Antoinette behoort tot de meest besproken en tegelijk meest miskende vrouwen uit de Europese geschiedenis. Eeuwenlang werd zij afgeschilderd als een verkwistende koningin die blind was voor het leed van haar volk. Maar achter deze hardnekkige mythe schuilt een veel complexer verhaal. In dit tweede deel van de trilogie *Habsburgse Vrouwen* volgt cultuurhistoricus **Rinus van Hagen** het leven van de Oostenrijkse aartshertogin die op veertienjarige leeftijd haar vaderland verliet om koningin van Frankrijk te worden. Aan de hand van de nieuwste historische inzichten schetst hij een genuanceerd portret van een intelligente, plichtsgetrouwe en moedige vrouw die terechtkwam in een hof vol intriges en uiteindelijk werd meegesleurd door de krachten van de Franse Revolutie.
Habsburgse Vrouwen – Een Trilogie over Macht, Cultuur en Dynastie Van de pracht van het achttiende-eeuwse Wenen tot de ondergang van de Habsburgse wereld: deze trilogie belicht drie van de meest invloedrijke vrouwen uit de Europese geschiedenis. In deel 1 staat Maria Theresa centraal, de enige vrouw die uit eigen recht over de Habsburgse monarchie regeerde en de grondlegger werd van een moderne Europese staat. Deel 2 volgt het bewogen leven van Marie Antoinette, de Habsburgse prinses die koningin van Frankrijk werd en het symbool van een ten onder gaande monarchie. In deel 3 ontmoet de lezer Empress Elisabeth of Austria, de legendarische keizerin wier leven werd gekenmerkt door schoonheid, vrijheid en tragedie. Cultuurhistoricus Rinus van Hagen brengt deze vrouwen tot leven tegen de achtergrond van oorlogen, hofcultuur, religie, hervormingen en maatschappelijke veranderingen. Met oog voor zowel de mens als de geschiedenis laat hij zien hoe drie vrouwen hun stempel drukten op Europa.
Welk nieuws bereikte Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw over Curaçao? En welk beeld van dit Caraïbische eiland kwam daaruit naar voren? In Schepen, puike tabak en tragiek duikt u in de Nederlandse kranten van 1634 tot 1795. Aan de hand van nieuwsberichten en advertenties laat dit boek zien wat lezers toen te weten konden komen over Curaçao en hoe deze informatie hun beeld van de kolonie vormde. Daarmee opent het een venster op een onderbelicht aspect van de mediageschiedenis: de berichtgeving over de buiten-Europese wereld. U ontdekt hoe Curaçao in de Nederlandse pers vooral naar voren kwam als knooppunt van scheepvaart en handel, maar ook hoe onderwerpen als oorlog, kaapvaart, bestuur en rampen hun weg vonden naar de krant. Daarnaast kregen slavernij en verzet daartegen een plaats in de berichtgeving. Ook wordt duidelijk hoe advertenties – over goederen, overledenen, publicaties en veel meer – bijdroegen aan de beeldvorming rond het eiland. Dit boek werpt al met al nieuw licht op de vroege geschiedenis van Curaçao als Nederlandse kolonie. Het toont hoe media al vroeg een rol speelden in het framen van verre gebieden en samenlevingen. Juist in het licht van de huidige aandacht voor het slavernijverleden biedt deze studie waardevolle historische context.
This is a visually guided journey through the Revolutionary War, designed to help you finally understand how America was truly won step by step, map by map, battle by battle. For the first time, you don’t just read about history—you navigate it. Inside, you will experience: • The shifting battle lines of the Thirteen Colonies as the Revolution ignites • Strategic movements of George Washington and the Continental Army across real geography • Visual breakdowns of key battles like Lexington and Concord, Saratoga, and Yorktown • The global dimension of the war, showing how France, Spain, and Britain reshaped the outcome • Clear mapping of Loyalist vs Patriot regions and the internal civil conflict within America • The expansion of revolutionary influence across continents and oceans If you’ve ever felt that history was “too hard to visualize,” or that the American Revolution never fully made sense in your mind, this atlas removes that barrier completely. It connects people, places, and events into a unified narrative that feels intuitive, dramatic, and unforgettable.
In 1742 stroomde het Academiegebouw van de Leidse universiteit vol om een jonge, zwarte theoloog zijn academisch eindwerkstuk te horen verdedigen: Jacobus Elisa Johannes Capitein, ooit als kind tot slaaf gemaakt in West-Afrika, nu het geleerde wonder van de Republiek. In zijn Onderzoekschrift betoogde hij dat christendom en slavernij prima konden samengaan. Het christelijk geloof maakte de mens alleen geestelijk vrij. Slaven – ook al waren ze gedoopt – konden gewoon slaaf blijven. Een stellingname die hem roem en blijvende controverse bezorgde. Want daar ligt het pijnpunt. Hoe kan het zijn dat een zwarte man, zelf ooit slaaf geweest, dit kon verdedigen. Ben Ipenburg reconstrueert in dit boek Capiteins bewogen levensverhaal. Van zijn weg uit West-Afrika via Middelburg naar Den Haag en Leiden, zijn opleiding tot predikant, zijn terugkeer naar West-Afrika waar hij op het slavenfort St. George d’Elmina predikant werd in dienst van de West-Indische Compagnie, met als opdracht zijn landgenoten tot het christendom te bekeren. Aan de hand van Capiteins eindwerkstuk, preken, brieven, gedichten en officiële stukken laat Ipenburg zien hoe Capitein laveerde tussen geloof en macht, kerkelijke en koloniale belangen, tussen zijn opdracht en spanningen in het fort. Tegelijkertijd plaatst dit onderzoek Capiteins theologie en zijn verdediging van de slavernij in de bredere context van achttiende-eeuws juridisch denken, van de gereformeerde theologie en haar missionaire idealen. Mythen rond zijn vermeende zelfmoord en morele ontsporing worden getoetst aan onbekende en opnieuw gelezen bronnen, waardoor hardnekkige verhalen overtuigend worden gecorrigeerd. Het onderzoek laat zien hoe in de loop der eeuwen en tot nu toe in Europa over Capiteins leven en werk werd gedacht: raciale vooroordelen, misverstanden, psychologiseringen, zelfs fantasieën en complottheorieën én het serieuze onderzoek. En ook in Afrika, waar men zijn betekenis als Afrikaanse intellectueel benadrukt. Capitein verschijnt zo niet langer als ‘eer van ’t Moorenlant’ of als apologeet van een slecht systeem, maar als een complex figuur in het spanningsveld van ras, religie, kolonialisme én onze hedendaagse reflectie daarop. Dit boek is onmisbaar voor iedereen die de geschiedenis van slavernij, Nederlandse koloniale expansie en de rol van godsdienst en kerk daarin beter wil begrijpen. Dr. Ben Ipenburg (1947) studeerde theologie aan Tilburg University, waar hij promoveerde op een proefschrift over Christelijk geloof en slavernij in het Atlantische koloniale rijk van Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw. Eerder publiceerde hij studies over 400 jaar Jodendom in Suriname (2015), over de godsdienst van de Inheemsen, de Winti-godsdienst en Rastafari in Suriname (2017), en (2021) over de theologische grondslagen van antisemitisme in de late middeleeuwen in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.
Wat gebeurt er wanneer een stille keldermeester uit Épernay het pad kruist van een ambitieuze jongen uit Corsica? Tussen de dampende veldtochten van Napoleon en de koele kelders van Jean-Rémy Moët groeit een onwaarschijnlijke band. Champagne wordt in deze roman geen bijzaak, maar een personage — symbool van macht, verleiding en de hoop op iets blijvends. “De Keizer en de Kelder” is eigenlijk een boek over oorlog zonder gevechten. Over roem die bruist en verdwijnt. Over de zachte echo van vriendschap, diep onder de grond. Het toont Napoleon zoals je hem nog nooit hebt gezien: niet enkel als strateeg en veroveraar, maar als mens, vriend en gast in de kelders van Moët in Épernay. We maken kennis met een Napoleon die twijfelt, die zich toevertrouwt, die droomt en die zich laat troosten door iets zo eenvoudig – en tegelijk zo rijk – als een glas champagne. “De Keizer en de Kelder”, telt 222 bladzijden, is rijkelijk geïllustreerd in kleur.
22 april 1561. Pieter Titelmans, aangesteld als inquisiteur van Vlaanderen, rijdt de stad Belle binnen, geflankeerd door een gewapende escorte en een gevangene. Er ontstaat een spontaan oproer dat hardhandig wordt neergeslagen. Op basis van een bewaard gebleven itinerarium, een reisdagboek, en Titelmans’ nauwgezette administratie voert historicus Johan Van de Wiele de vele actoren op die het pad van de inquisiteur kruisen. De bijzonder stellige Titelmans gaat ijverig op onderzoek naar andersgelovigen en houdt daarbij halt in alle uithoeken van Vlaanderen, waar hij ze ondervraagt en hen dwingt hun geloof af te zweren. Weigeren ze dit, dan stelt hij hen terecht. Deze harde aanpak en de daaruit volgende straatprotesten zorgen voor ontevredenheid bij de lokale besturen, waarop het centrale bestuur niet meteen een antwoord heeft. Johan Van de Wiele vertelt het verhaal alsof je als toeschouwer naar een toneelstuk kijkt. Hij laat de getuigen aan het woord en geeft een inkijk in het hart van de zestiende-eeuwse samenleving, waar de spanningen op alle niveaus merkbaar toenemen. Johan Van de Wiele heeft heel zijn leven bij de Stad Gent gewerkt, eerst als stadsarchivaris, en daarna als directeur van het MIAT en de Kunsthal Sint-Pietersabdij. De laatste twintig jaar van zijn carrière was hij Departementshoofd Cultuur, Sport en Vrije Tijd.
In zijn bekroonde standaardwerk ‘De Reformatie’ brengt Diarmaid MacCulloch de religieuze en politieke strijd van deze periode tot leven. Vijf eeuwen geleden barstte in Europa een revolutie los die het continent verscheurde: de Reformatie. In een tijd waarin men bereid was te doden – en te sterven – omwille van het geloof, werd niet alleen de kerk hervormd, maar veranderde hiermee ook de politiek, cultuur en het dagelijks leven ingrijpend. De Reformatie en de felle tegenreactie die zij opriep, de Contrareformatie, markeren het pijnlijke begin van de moderne wereld. Met scherpe analyses en levendige portretten van de hoofdrolspelers – Luther, Calvijn, Zwingli, Loyola, Hendrik VIII en vele anderen – schetst MacCulloch een gedetailleerd en tegelijk toegankelijk beeld van deze bewogen periode. Hij laat zien hoe hun ideeën over het geloof doorwerkten in opvattingen over liefde, seks, dood en het bovennatuurlijke, en hoe de uitwerking daarvan Europa én de Nieuwe Wereld transformeerde. ‘Een meesterwerk (…) In zijn vakgebied het beste boek dat ooit is geschreven.’ – David Edwards, The Guardian
In de 17de eeuw voer elk jaar een team van commissarissen van de Gelderse Rekenkamer uit Arnhem de Rijn af om de rivier en de oevers te inspecteren. Hun opdracht was om zandbanken aan te winnen voor het Hof van Gelre. Het verpachten van dat extra land leverde geld op voor de schatkist. Daartoe had men in 1603 het Gelders Waterrecht opgesteld waarin het eigendomsrecht van zandbanken staat omschreven. De verslagen van deze tochten geven inzicht in de kennis van toen. Landmeters Bernard Kempinck en Isaac van Geelkercken maakten onderweg kaartjes. We bekijken ook andere kaarten van bijvoorbeeld Nicolaes van Geelkercken. Enkele zijn niet meer dan een zandplaat in de rivier met een boom of hooiberg ter oriëntering. Toch is het gelukt de kaartjes te lokaliseren. Isaac van Geelkercken heeft ook een kaartboek en een 10-meter lange overzichtskaart van de Rijn gemaakt en ook die bekijken we. De Rijn droogde in de 17de eeuw op en er kwam steeds meer zand boven water. In de loop van de eeuw verandert de blik: waren de heren in het begin van de eeuw blij met elke zandbank, later ziet men dat de bevaarbaarheid een serieus probleem werd en slaat het beleid om.
Wat is er nog te zien van het Doorwerth, Heelsum, Duno en Wolfheze uit 1847? Veel meer dan je denkt. In 1847 schreef de rentmeester van kasteel Doorwerth een wandelboek met zes wandelingen door het landgoed. We lopen de wandelingen in 2019 na, beschrijven de routes en vertellen wat we onderweg tegenkomen. We kijken naar het grote geheel van het landschap en naar de kleinste details. We onderzoeken de geschiedenis van de plekken waar we langs lopen en vertellen wat er nog te beleven is van het landgoed uit 1847. We zoeken antwoorden op vragen als: Welke huizen en welke bomen van toen staan er nog? Waarom zijn de uitzichten weg? Steken we de beken op dezelfde plekken over als toen? Welke wegen waren verhard? Stonden de Wodanseiken toen ook in het bos? We laten schilderijen zien uit diezelfde tijd van schilders van de Oosterbeekse School die graag buiten in Doorwerth, Duno, Oosterbeek en Wolfheze het prachtige landschap schilderden en vergelijken die met foto's van nu. Gedetailleerde kaarten en afbeeldingen van het Algemeen Hoogtebestand Nederland verduidelijken het verhaal.
In juli 1575 begon een Spaans offensief tegen de grenssteden tussen Holland en het Sticht: Woerden, Oudewater en Schoonhoven. Oudewater was het eerste slachtoffer. In de voorafgaande jaren waren de middeleeuwse vestingwerken versterkt en uitgebreid, maar het was niet voldoende om de beschieting en de bestorming te weerstaan. De vijandelijke soldaten trokken moordend en plunderend door de stad terwijl de burgers delen van de stad in brand staken. Het duurde een jaar voordat de wederopbouw van Oudewater kon beginnen. Niet alleen de bouw van nieuwe vestingwerken en de herbouw van de huizen, maar ook de wederopbouw van een samenleving. Overlevenden keerden terug, nieuwkomers waren welkom en ondanks de financiële moeilijkheden werden vluchtelingen en hulpbehoevenden opgevangen. Vooral dankzij de touwindustrie keerde de welvaart in de stad terug en de bouwmeesters uit de tijd van de wederopbouw bepalen nog steeds het beeld van de stad. Niettemin, de tolerantie die de eerste jaren na de aanvang de herbouw kenmerkte, verdween toen de stad door religieuze twisten steeds verder verdeeld raakte. Pas in 1650 gaf het stadsbestuur opdracht voor het grote schilderij van de ‘Oudewaterse Moord’. Het vervulde vanaf het begin een belangrijke rol in de jaarlijkse herdenking. Was de ‘Oudewaterse Moord’ in de eerste decennia een propaganda item voor de opstand, geleidelijk aan verdween het verhaal uit de geschiedenisboeken. Niet in Oudewater: daar wordt nog steeds herdacht.
In het leven van Maurits Ver Huell (1787-1860) streden zijn werk in de marine en zijn belangstelling voor de natuurlijke historie om de voorrang. Hij heeft in de Indische letteren de aandacht getrokken als getuige van het geweld waarmee in 1817 het Nederlandse gezag op de Ambonse eilanden werd hersteld. In 1807 vertrok hij echter al op zijn eerste zeereis naar Batavia. Deze reis eindigde onvoorzien met een driejarig oponthoud in de stad Salvador da Bahia. Het ongewilde oponthoud in Portugees Brazilië lijkt Ver Huells marineloopbaan geen schade te hebben berokkend, maar het heeft er ook niets positiefs aan bijgedragen. Voor zijn leven als liefhebber van de natuurlijke historie is het evenwel van grote betekenis geweest. In 1838 blikte hij in een geromantiseerd reisverhaal terug op het oponthoud in Salvador da Bahia. Het verhaal wordt in dit boek gepubliceerd en voorzien van achtergrondinformatie over zijn verblijf in deze Portugese kolonie.
Mary Wollstonecraft
An historical and moral view of the origin and progress of the French Revolution
In dit baanbrekende werk, geschreven terwijl ze zelf in revolutionair Parijs verbleef, werpt de beroemde schrijfster en filosofe Mary Wollstonecraft een filosofische blik op de wortels van de opstand. Ze verdedigt de oorspronkelijke principes van de Revolutie, maar schuwt de kritiek op haar bloedige uitwassen niet. Wollstonecraft analyseert de overgang van het despotische ancien régime naar de nieuwe republiek en stelt dat de gewelddadige excessen niet de Revolutie zelf diskwalificeren, maar eerder het corrupte karakter van het volk blootleggen. Een direct gevolg van eeuwenlange tirannie. Dit is geen droge opsomming van feiten, maar een vurige en kritische beschouwing die de rol van de Verlichting in de opkomst van het volksbewustzijn onderzoekt, de psychologische en sociale gevolgen van absolutisme en bijgeloof ontleedt en de noodzaak van deugdzaamheid en rationeel bestuur benadrukt om ware vrijheid te bereiken. Met haar kenmerkende intellectuele scherpte en compassie levert Wollstonecraft een van de meest invloedrijke en persoonlijke verslagen over de begindagen van de moderne politieke tijd. Engelstalige uitgave.
Een notabel boecxken van cokeryen rolde in 1514 van de persen. Het is het oudste gedrukte kookboek van de Lage Landen in het Middelnederlands. Drukker Vander Noot vertaalde voor dit kookboekje recepten uit de Franse bestseller de Viandier, het eerste Franse gedrukte kookboek uit 1486. Deze Neder landstalige uitgave had veel invloed op latere kookteksten in de zestiende eeuw. Marleen Willebrands, neerlandica en kookhistorica, hertaalde de 175 keukenrecepten in soepel Nederlands. Daaraan gaat achtergrondinformatie vooraf over uitgever Thomas vander Noot uit Brussel en zijn Nederlandstalig boekenfonds. Zij bewerkte 30 recepten voor de kookliefhebber van nu, zoals de ‘venezoen’ van wildzwijn, de ‘moertroel’ van konijn, de ‘bipeper van kreeft’, diverse ‘vegan’ vastengerechten en de specerijenwijnen ‘clareit’ en ‘hypocras’. Archeoloog Sebastiaan Ostkamp leidt de lezer binnen in de wereld van het kook-, eet- en drinkgerei van die dagen, zoals lepels, messen, kookpotten, mosterdpotten, bekers en baardmankruiken. Hij plaatst deze archeologische vondsten binnen de veranderende eet- en leefcultuur van die dagen.
Boeken over de Nieuwe geschiedenis (1500-1870)